Het Uitsterven
Ongeveer 65 miljoen jaar geleden zijn de -non avian dinosaurs- uitgestorven. Daarover zijn alle paleontologen het eens. De avian dinosaurs overleefden en worden vogels genoemd, ook daarover zijn tegenwoordig de meeste paleontologen het eens (zie:Van Dino naar Vogel). Waarom zijn de -non avian dinosaurussen- nu eigenlijk uitgestorven? Dat is een vraag waar we geen 100% nauwkeurig antwoord op hebben, maar we komen tegenwoordig steeds verder in de buurt. Allereerst moet worden opgemerkt dat niet alleen dinosaurussen in deze tijd uitstierven maar ongeveer 80% van de flora en fauna! Om een theorie te naar voren te brengen die waarschijnlijk is, moet hij aan 2 belangrijke criteria voldoen.
- de theorie moet te testen zijn aan de bewijzen gevonden in fossielen en gesteenten.
- welke theorie wordt gesteund of afgewezen door de meerderheid van die bewijzen.
Allereerst laten we enkele scenario's zien die in de loop van de tijd zijn voorgesteld, maar die niet
te testen zijn of zijn afgewezen.
- Hooikoorts
- In het Krijt-tijdperk kwamen de bloemen tot ontwikkeling en die vermenigvuldigden zich dmv stuifmeel.
Die stuifmeel zou zulke verschrikkelijke hooikoorts hebben veroorzaakt aan dinosaurussen die niet aan
deze vorm van voortplanting waren gewend dat ze zijn uitgestorven. Omdat niet genoeg maaginhoud van dinosaurussen
bewaard is gebleven en het inwendige van de neus ook onbekend is, kan deze theorie niet getest worden.
Daar komt nog bij dat hooikoorts ook tegenwoordig wel problemen veroorzaakt, maar om 80% van de fauna
te laten uitsterven is wel wat overdreven.
- Ziektes
- Waar leven is zijn ook ziektes, en denk alleen maar aan AIDS of de pest en je weet wat ziektes kunnen
aanrichten aan hele groepen dieren. Ook deze theorie is moeilijk te testen, er zijn wel aanwijzingen van
ziektes bij dieren gevonden maar dat zijn dan vooral ziektes die bijvoorbeeld het skelet aantasten en
zo teruggevonden kunnen worden. De meeste ziektes tasten vooral de weke delen van het lichaam aan en dat
zijn nu net de delen die niet fossiliseren. Verder zijn epidimiën bijna altijd gericht op een bepaalde groep,
en niet op bijna het gehele dierenrijk zoals 65 mjg is gebeurd.
- Teveel mannetjes of teveel vrouwtjes
- Bij krokodillen bepaalt de temperatuur of er mannetjes of vrouwtjes worden geboren. Bij een
temperatuur van minder dan 30 graden (nesttemperatuur) komen er vrouwtjes ter wereld, bij een nesttemperatuur
van meer dan 34 graden mannetjes. Ook dit is moeilijk te bewijzen en hoewel de temperatuur aan het einde van het
dinosaurussentijdperk begon op te lopen is natuurlijk niet te zeggen hoe warm het was in de nesten die
dinosaurussen maakten. Vooral ook omdat dit te regelen is door de ouderdieren door meer of minder
bedekking voor de eieren te gebruiken. Verder is moeilijk te begrijpen waarom zoveel dinosaurussen zijn
uitgestorven en bijvoorbeeld krokodillen niet.
- Zoogdieren
- Er zijn paleontologen die zoogdieren bestuderen die zeggen dat deze zoogdieren verantwoordelijk
waren voor het uitsterven van de dinosaurussen door directe competitie of omdat ze de eieren aten van
dinosaurussen. Dit is moeilijk voor te stellen omdat zoogdieren uit die tijd niet groter waren dan tegenwoordige
bevers en meestal zelfs kleiner. Daar komt nog bij dat dinosaurussen al zo'n 100 miljoen jaar samenleefden
met zoogdieren en al die tijd de zoogdieren geen enkele kans gaven om de heerschappij van dinosaurussen
over te nemen. De tijd van de zoogdieren begon eigenlijk pas goed na het uitsterven van de dino's, en
we mogen niet vergeten dat 65 mjg ook ongeveer 50% van de zoogdieren uitstierven.
- Ze werden te groot
- Nog een idee is dat dinosaurussen te groot werden voor hun eigen bestwil en daardoor uitstierven.
Ook dit klopt niet omdat de tijd van de superdinosaurussen (qua grootte) eigenlijk al voorbij was. De Sauropoden
leefden hoofdzakelijk in de Jura-periode en waren in het Krijt eigenlijk al van het toneel verdwenen.
Alleen Argentinosaurus was nog zo'n supergrote sauropode, Tyrannosaurus echter was wel
het grootste roofdier van zijn tijd maar toch nog altijd een flink stuk kleiner met zijn 14 meter dan de
sauropoden van gemiddeld 30-40 meter. Wat ook tegen deze hypothese spreekt is het feit dat ook de kleine soorten
dinosaurussen zoals bijvoorbeeld Velociraptor uitstierven.
- De magnetische polen
- Het is bekend dat de magnetische polen soms omdraaien, en dat wat nu de Noordpool is soms de Zuidpool
is geweest. Dit is wel te testen aan de hand van gesteenten en we weten dat zo'n ommezwaai van de
polen dan ook regelmatig is gebeurd in het verleden van de aarde. Het is alleen
zo dat het uitsterven dan eigenlijk zou moeten vallen aan het begin van zo'n periode maar dit is niet
het geval. Het blijkt dat het uitsterven van de dinosaurussen in het midden van zo'n periode is gebeurd.
Verder is het in de 165 miljoen jaar dat dinosaurussen over aarde hebben gelopen verscheidene keren gebeurd zonder
schade aan te richten. Waarom zou dat nu dan wel het geval zijn geweest?
- Klimaatverandering
- Tegenwoordig zijn bijna alle paleontologen en andere logen die met dit onderwerp te maken hebben erover
eens dat verandering van het klimaat de oorzaak is geweest van het uitsterven van de dinosaurussen.
Het blijkt ook dat grote delen van deze bewering met bewijzen gestaafd kunnen worden. Het enige punt van
debat is eigenlijk: Wat heeft deze klimaatverandering veroorzaakt. Hier zijn 3 theorieën over die uitvoerig
behandeld worden in de rest van het verhaal. De 3 theorieën zijn dat het uitsterven te wijten is aan:
- aardbevingen en vulkanen
- een inslag van een meteoriet of komeet
- verdwijnen van de ondiepe binnenzeeën dmv plaattektoniek
vulkaan, komeet of plaattektoniek ?
Helaas zijn voor alle drie de theoriën bewijzen in de natuur te vinden, en daar komt nog bij dat veel
van die bewijzen zowel door de een als door de ander kunnen zijn veroorzaakt.
Als we willen weten wat de oorzaak van het uitsterven was, plaattektoniek, vulkanische activiteit over een lange periode
of een komeetinslag die ongeveer dezelfde uitwerking heeft maar in een veel kortere tijdspan, moeten
we enkele voorwaarden opstellen waar de gevonden bewijzen aan moeten voldoen.
- er moeten geologische bewijzen voor zijn te vinden
- de theorie moet duidelijk kunnen maken waarom de ene soort wel aangetast werd en uitstierf en
de andere soort niet
- het moet duidelijk zijn hoelang deze mechanismen erover gedaan hebben om het uitsterven te bewerkstelligen,
en er moeten fossiele bewijzen zijn dat het uitsterven werkelijk zo snel gebeurde als voorgesteld
Verdwijnen van ondiepe zeeën
Waarschijnlijk werd dit veroorzaakt door de zogenoemde plaat- of schollentektoniek. Het is al lang bekend
dat de continenten niet altijd daar hebben gelegen waar ze nu zijn. Een mooi voorbeeld is Afrika en
Zuid-Amerika die vroeger aan elkaar vast hebben gezeten, dit is fraai te zien aan de vorm van beide
werelddelen vooral als je ze vlak naast elkaar legt. Je ziet dan een beeld van vlak na de breuk.

Op de volgende tekening zie je bij benadering waar de ondiepe zeeën zich bevonden aan het eind
van de Krijtperiode en die zich toen versneld terugtrokken tot ongeveer het huidige niveau.

Het wordt aangenomen dat plaattektoniek de reden was voor het teruggaan van de ondiepe zeeën.
Wat is nu eigenlijk plaattektoniek? De aarde is geen vaste bol maar een uit verschillende lagen bestaande
bol die gedeeltelijk vloeibaar is (zie tekening).

De continentale korst en de oceaankorst liggen op de lithosphere, die uit verschillende steensoorten bestaat.
Onder de lithosphere ligt de asthenosphere die beweegt omdat hij door de mantel verwarmd wordt.
Door deze warmte ontstaan stromingen in de asthenosphere waarbij warme delen naar boven geduwd worden.
Op sommige plaatsen komt die warme stroming aan de oppervlakte (bijvoorbeeld bij oceaanruggen) en duwen zo de
bovenliggende lithosphere en de daarop liggende aardkorst uiteen. Aan de andere kant schuift dan een gedeelte
van de korst onder een ander gedeelte en verdwijnt, waarna de korst smelt en weer als lava op een andere plaats
naar boven kan komen (subductie). Waar continenten botsen ontstaan bergketens.

Het is bekend dat Zuid-Amerika en Noord-Amerika ten opzichte van Europa en Afrika zo'n 1 a 2 cm per
jaar naar het westen worden verschoven.
Vulkanische activiteit
In 1972 al werd bekend door de geoloog Peter Vogt dat het uitsterven van de dinosaurussen samenviel
met een geweldige toename van vulkanische activiteit over de gehele wereld. De bewijzen hiervoor zijn o.a. te
vinden in de Indiche oceaan en India zelf. Over een periode van zo'n 500.000 jaar waren er in dit gebied
vulkaanuitbarstingen waarbij ongeveer 2.000.000 kubieke km lava uit de aarde vloeide. Dit is nu nog
terug te vinden in de Deccan Traps, een gebied ten zuidwesten van India. Volgens berekeningen van
Asish Basu van de universiteit van Rochester begonnen de erupties 68.5 mjg en stopten zij 64.9 mjg.
De Deccan Trap is wel de grootste bekende vulkaanuitbarsting die we kennen maar niet de enige. Er zijn tegenwoordig
8 van die plaatsen bekend over de hele wereld waar grote uitbarstingen hebben plaatsgevonden.
Bijna over de gehele wereld is er een donkere rand te zien op de plaats waar de aardlagen van het Krijt
overgaan in de aardlagen van het Tertiar, dit wordt de K-T boundery genoemd. Na ondezoek in de Hell Creek
formatie in Montana (VS) kwam vast te staan dat de laatste planten uit het Krijt en de dinosaurussen
er voor het laatst 65.01 mjg leefden met een foutmarge van 30.000 jaar. Dit komt overeen met het einde van
de erupties in het Deccan-gebied 64.96 mjg met een foutmarge van 110.000 jaar.
Effecten van de vulkaanuitbarstingen
Er bestonden in die tijd veel ondiepe zeeën die het klimaat gunstig beinvloedden. Zij zorgden voor
een subtropisch klimaat in de gebieden waar veel dinosaurussen leefden. Er liep in Noord-Amerika zo'n ondiepe
zee midden door het land, en het is geen toeval dat juist daar de meeste fossielen gevonden worden.
Aan het eind van het Krijt begonnen die ondiepe zeeën zich echter geleidelijk terug te trekken.
Dit had tot gevolg dat het klimaat extremer werd. De vulkaanuitbarstingen brachten zoveel stof in de atmosfeer
dat er zowel korte termijn als lange termijn veranderingen optraden. Kort na de erupties onstond er zure regen, en
ook het oppervlaktewater verzuurde geleidelijk. Eerst trad er een temperatuurdaling op en door de
stof werd het donker op aarde waardoor de voor planten noodzakelijke fotosynthese niet meer mogelijk was.
Dit kan weer tot gevolg hebben dat planteneters uitstierven en met hen de vleeseters. Door de verzuring van
het oppervlaktewater stierf het belangrijke plankton uit dat aan het begin van een hele voedselketen staat.
Op langere termijn ging door het broeikaseffect de temperatuur weer omhoog met zo'n 5°C. Dit hielp ook mee
om de ondiepe zeeën te laten verdwijnen. In het algemeen werden de zomers warmer en de winters kouder.
Dit zou het uitsterven van de dinosaurussen tot gevolg hebben gehad, maar critici vragen zich af waarom dinosaurussen niet en waarom bijvoorbeeld krokodillen en hagedissen wel overleefden.
Komeet- meteorietinslag
Tussen de kalklaag dat het eind van de dinosaurussentijd markeert en de rose kalklaag die de begintijd van
het zoogdierentijdperk aangeeft ligt een 1 cm dikke kleilaag. De al genoemde K-T grens, waar grote hoeveelheden
iridium in bleek te zitten. Iridium komt op aarde niet veel voor in het gesteente omdat het een zwaar
element is dat bij het ontstaan van de aarde samen met het ijzer naar de aardkern is gezonken. In kometen
en meteorieten komt iridium echter wel voor. Dit was voor geoloog Walter Alvarez aanleidng om een
komeetinslag verantwoordelijk te houden voor het uitsterven van de dinosaurussen. Daarbij kwam nog dat
de fossiele bewijzen een abrubt einde van sommige levensvormen lieten zien. Bij vulkanische activiteit gaat men uit van
miljoenen jaren maar bij een komeetinslag zouden de gevolgen over een periode van 100.000 jaar zichtbaar moeten zijn.
Effecten van een komeetinslag
Ook bij een komeetinslag zouden grote hoeveelheden stof in de atmosfeer terechtkomen die de aarde zou verdonkeren.
En ook bij een komeetinslag zou er zure regen ontstaan. Door de inslag zelf zou een zo grote temperatuur ontstaan
dat het zeewater in de omgeving zou gaan koken, waardoor chemische reacties zouden ontstaan die het
oppervlaktewater zo erg zouden verzuren dat 90% van het plankton zou sterven. Je ziet dat de beide scenario's
eigenlijk dezelfde uitwerkingen hebben en daardoor ook dezelfde soorten bewijzen naar zich toe trekken.
Het enige verschil zit hem in de tijdsduur. Er zouden grote bosbranden ontstaan, als een direct gevolg van de inslag.
Ook bij deze hypothese zou op langere termijn de temperatuur door het broeikaseffect stijgen.
De bewijzen
Allereerst moeten we bekijken of er bewijzen kunnen worden gevonden van zo'n grote komeetinslag.
Ten tweede moeten we bekijken welk mechanisme verantwoordelijk was voor het uitsterven van de aparte groepen
die uitstierven b.v. de dinosaurussen, de vliegende reptielen maar ook 50% van de zoogdieren etc.
Ten derde kunnen we de tijd zo goed vaststellen dat zichtbaar wordt of het een geleidelijk uitsterven was of een
abrubt uitsterven.
De jongste plantenfossielen die het einde van de het dinosaurussentijdperk aangeven en de oudste
plantefossielen die het begin van het zoogdierentijdperk aangeven zitten ongeveer 3 meter boven de
oudste dinosaurusfossielen waardoor critici van een inslag beweren dat de dinosaurussen eerder waren uitgestorven
dan het tijdstip van de inslag. Dit is waar als je de fossiele bewijzen letterlijk neemt, maar voorstanders
menen dat stuifmeel veel eerder fossiliseerd dan dinosaurussen en daardoor ook vaker voor zullen komen. Verder wil
niet zeggen dat we nu geen dinofossielen uit die laag hebben gevonden we die niet alsnog kunnen vinden.
Een indicatie is al gevonden in de vorm van een voetafdruk in New Mexico die maar 38 cm van de K-T grens
is verwijderd.
Zoals gezegd wordt een hoge concentratie iridium gezien als bewijs voor een komeetinslag maar tegenstanders
hebben aangetoond dat ook bij vulkaanuitbarstingen die beginnen nabij de aardkern er iridium vrij kan komen.
Als we naar het gehele spectrum van de K-T grens kijken valt wel op dat de chemische samenstelling overeen
komt met de chemische samenstelling van meteorieten van het type I. Dit zijn de primitiefste soorten
meteorieten die we kennen. In de K-T laag zijn quartz-kristallen gevonden met breukvlakken die dwars
door elkaar lopen en voorstanders van de inslagtheorie zeggen dat die alleen kunnen zijn ontstaan in
de zeer hoge temperaturen die bij een inslag vrij komen. Ook zijn er bolletjes gevonden in de K-T laag
van zo'n 2-3 mm die volgens voorstanders van een inslag gesmolten rotsdruppels zijn die ook weer direct
met de inslag te maken hebben. Er zijn ook glasdruppels gevonden in de grenslaag met een geheel andere
chemische samenstelling dan die vrijkomen bij een vulkanische uitbarsting. De grenslaag bij Denemarken,
Nieuw-Zeeland en verscheidene andere plaatsen laten hoge concentraties roet zien die moeten zijn ontstaan
bij de grote bosbranden die na de inslag hebben gewoed. Verder werden er diamantkristallen gevonden
met een chemische samenstelling die we ook in meteorieten vinden, en die verschilt met de diamantkristallen
die op aarde gevormd worden. Ook werden 2 soorten aminozuren gevonden die op een buitenaardse oorsprong
wijzen. Ook zijn er bewijzen gevonden voor een enorme vloedgolf die over de aarde spoelde.
Directe bewijzen voor een inslag
Er zijn op aarde verscheidene kraters te zien die door een komeet- of meteorietinslag zijn gevormd zoals
de Arizona-krater met een diameter van 1.2 km. Maar die is pas 25.000-50.000 jaar oud. Er is jaren
gezocht naar een geschikte krater maar er was er geen een bij van de geschikte afmeting of tijd. Er gingen
al stemmen op die beweerden dat de krater door erosie was weggevaagd, of onder andere lagen bedekt was.
In 1981 werd een krater ontdekt toen men ging boren naar olie nabij de Golf van Mexico maar hier werd niet
veel aandacht aan besteed omdat hij werd gevonden in een tijd dat men nog niet op zoek was naar zo'n
krater. Pas in de jaren negentig werd de wetenschap zich bewust van deze verborgen krater. De krater ligt
bij een plaatsje Chicxulub op het Yucatan schiereiland. De inslagkrater ligt gedeeltelijk op land en gedeeltelijk
in zee wat de grote vloedgolf goed verklaard. De krater heeft een diameter van 280 km volgens een schatting,
en een diameter van 180 km volgens een wat bescheidener schatting. Omdat de krater gedeeltelijk onder water, maar ook gedeeltelijk onder andere aardlagen ligt is de werkelijke grootte moeilijk te schatten. De schattingen zijn gedaan dmv berekeningen van het zwaartekrachtveld waardoor geologen door de bovenste aardlagen kunnen kijken. Is deze krater wel uit de goede tijd? Radio-isotopische ouderdomsbepaling laat voor deze krater een ouderdom zien van 64.98 mjg met een foutmarge van 50.000 jaar. De ouderdom van glasdruppels gevonden in de K-T grenslaag zijn door hetzelfde
laboratorium gedateerd op 65.01 (±80.000) en 65.07 (±10.000) jaar, wat erop wijst dat de glasdruppels
gevormd zijn bij de inslag. In de K-T laag worden kristallen gevonden Zircon genaamd die in kristalvorm
atomen van uranium bevatten en daardoor uitstekend geschikt zijn voor radio-isotopische ouderdomsbepaling.
Het bleek dat de kristallen 544.5 (±4.7 miljoen) mjg waren gevormd en 65 mjg opnieuw waren verhit.
Bij de krater van Chicxulub worden ook Zircon kristallen gevonden die 544 (±5 miljoen) mjg zijn gevormd, en
vormen zo dus een sterke aanwijzing dat de K-T grens gevormd is door deze inslagkrater. Verder menen
veel geleerden tegenwoordig dat het waarschijnlijk geen een, maar meerdere komeetinslagen tegelijkertijd zijn
geweest. Er is een voorbeeld van zo'n meervoudige inslag in ons zonnestelsel. In 1994 brak een komeet
genaamd Shoemaker-Levy in meerdere stukken die achter elkaar op Jupiter insloegen.
Waarom de een wel en de ander niet ?
We zien dat er voor beide theoriën wel aanwijzingen zijn te vinden maar houden die ook stand als we gaan kijken
naar het uitstervingspatroon. Waarom stierven de niet vliegende dinosaurussen uit en de krokodillen en kikkers niet?
Hier is in 1996 door een groep paleontologen onderzoek naar gedaan, natuurlijk niet wereldwijd maar het
betrof hier The Western Interior of North America. Het is het meest uitgebreide onderzoek tot nu toe naar
het uitsterven van de verschillende diersoorten uit die tijd. Zij deelden alle diersoorten die in die regio
en in die tijd hebben geleefd in 12 hoofdgroepen.
- Elasmobranchii (haaien en verwanten)
- Actinopterygii (ray finned fishes)
- Lissamphibia (kikkers en salamanders)
- Multituberculata
- Eutheria (placentale dieren)
- Metatheria (buideldieren)
- Chelonia (schildpadden)
- Squamata (hagedissen en slangen)
- Choristodera (champosaurussen)
- Crocodilia (krokodillen en alligators)
- Ornithischia (dinosaurussen met vogelheupen)
- Saurischia (dinosaurussen met hagedissenheupen)
4,5 en 6 behoren tot de zoogdieren.
Elasmobrachi (haaien en verwanten)
Van de 5 species haaien die in de Hell Creek formatie in Montana werden gevonden voor de K-T grens
is er geen een teruggevonden na de grens, dat is een overlevingspercentage van 0%. Hier zie je meteen
de moeilijkheid van zo'n onderzoek want we weten dat haaien niet zijn uitgestorven wereldwijd maar het
is wel duidelijk dat de haaien op deze plaats zijn uitgestorven.
Actinopterygii (ray finned fishes)
Er waren 15 species bekend voor de K-T grens, daar bleven er 9 van over. Dit is een overlevingspercentage
van 60%.
Lissamphibia (kikkers en salamanders)
Een opmerkelijke uitkomst, van de 8 bekende species overleefden er 8, een percentage van 100%.
Multituberculata
Van deze zoogdieren stierven 5 van de 10 soorten uit bij de K-T grens (50%).
Eutheria (placentale dieren)
Alle placentale zoogdieren overleefden de grensovergang naar het tertiair (6 van de 6 is 100%).
Metatheria (buideldieren)
Slechts een van de 11 soorten buideldieren overleefden in het tertiair (9%).
Chelonia (schildpadden)
Van de 17 soorten schildpadden overleefden er 15, dit geeft een overlevingspercentage van 88%.
Squamata (hagedissen en slangen)
Hagedissen hadden het zwaarder dan de schildpadden en van de 10 bekende soorten overleefden er maar 3.
Dit betekent dat 30% tot de overlevenden behoorde.
Choristodera (champosaurussen)
De enige soort, Champosaurus sp overleefde het avontuur (100%).
Crocodilia (krokodillen en alligators)
4 van de 5 soorten overleefden en dat geeft een mooi overlevingspercentage te zien van 80%.
Ornithischia (dinosaurussen met vogelheupen)
Van de 10 bekende ornithischia-species overleefde geen enkele soort (0%).
Saurischia (dinosaurussen met hagedissenheupen)
Omdat er in de Hell Creek formatie geen -avian dinosaurs- zijn gevonden zijn ook hier geen overlevenden
te melden. Van de 9 species -non avian dinosaurus- zijn er dus geen gevonden boven de K-T grens (0%).
Van de in totaal 107 species is maar 49% terug te vinden na de K-T grens. Je ziet dat bijvoorbeeld ook
de zoogdieren flinke verliezen moesten incasseren maar dat die verliezen niet over alle zoogdieren gelijk verdeeld
zijn. De placentale zoogdieren leden geen verliezen terwijl de buideldieren (in dit gebied tenminste) bijna
geheel uitgeroeid werd. 5 groepen dieren nemen trouwens 75% van de verliezen voor hun rekening. Dit zijn
de haaien, buideldieren, hagedissen en slangen, en de 2 dinosaurusgroepen.
Van al deze groepen hebben de paleontologen die aan dit onderzoek hebben meegewerkt een tabel gemaakt
waarin de waarschijnlijke oorzaak van uitsterven wordt uitgedrukt.
De vetgedrukte JA en NEE geven een overeenkomst in de verwachtingen aan.

Bron: J.D. Archibald, 1996, Dinosaur Extinction and the End of an Era.
Zoals te zien in de tabel speelt het terugtrekken van de ondiepe zeeën een voorname rol in het
uitstervingspatroon. Maar zoals al eerder vermeld is het niet mogelijk om dit onderzoek voor de hele wereld
te laten gelden. We hebben gezien dat bijvoorbeeld haaien niet wereldwijd zijn uitgestorven en dat vogels
(vliegende dinosaurussen) helemaal niet in de fossielen van Hell Creek voorkomen. Er gaan dan ook steeds
meer stemmen op om het uitsterven als een combinatie van factoren te zien. Er zijn bewijzen voor het teruggaan
van de ondiepe continentale zeeën, er zijn bewijzen voor langdurige vulkanische activiteit zoals die
nog nooit op aarde gezien is. Verder zijn er bewijzen voor een komeet- of asteroïde-inslag van
de juiste groote en het juiste tijdstip. Er is door geologen berekend dat een inslag als die van
het Yucatan schiereiland een aardbeving tot gevolg zou hebben van 13 op de schaal van Richter. Het is
bijna niet voor te stellen, en de kracht die vrij komt bij zo'n explosie staat gelijk aan ALLE atoomwapens
van de wereld ten tijde van de koude oorlog. En ook daarvoor is vaak gewaarschuwd dat er grote klimatologische
veranderingen zouden optreden. Er zijn mensen die zeggen dat het onwaarschijnlijk is dat zo'n inslag
de oorzaak van het uitsterven is geweest omdat er meerdere massale uitstervingen zijn geweest. Een van die
massale uitstervingen heeft juist de dinosaurussen aan de macht gebracht van hun 165 miljoen jaar overheersing van
de wereld. Maar je hoeft maar naar foto's van het maanoppervlak te kijken en je ziet hoeveel grote inslagen
die gedurende zijn bestaan heeft te verduren gehad. Waarschijnlijk heeft de aarde er net zoveel te verduren gehad, alleen
zijn de sporen daarvan door vulkanisme, aardbevingen en erosie vervaagd. Zeker is dat 80% van het leven
in die tijd is weggevaagd en ik vind het meer dan waarschijnlijk dat alle drie de factoren hier een
steentje aan hebben bijgedragen. Alleen een komeetinslag kan niet alle verschijnselen van uitsterven verklaren, en
alleen vulkanische activiteit ook niet. Het kan geen toeval zijn dat 3 van de zwaarste natuurrampen in
dezelfde periode zijn voorgekomen. Een vulkanische activiteit zoals die sindsdien niet meer op aarde is
voorgekomen, over een periode van miljoenen jaren. Een komeet (asteroide) inslag die een aardbeving veroorzaakt
van 13 op de schaal van Richter, is sindsdien ook niet meer voorgekomen. En verder het uiteenvallen van de
continenten en de daarmee samenhangende terugtrekking van de ondiepe binnenzeeën, waardoor de weersomstandigheden
drastisch veranderden van een sub-tropisch klimaat naar een klimaat met strenge winters en zeer warme (droge) zomers.
Plaattektoniek, wat deze verschuivingen veroorzaakt werkt ook nu nog maar de klimatologische omstandigheden veranderen
(voorlopig?) nu niet meer zo snel. Dat klimatologische veranderingen zulke gevolgen kunnen hebben is helaas ook voor
ons nog steeds actueel, kijk maar eens naar het broeikaseffect en de daarmee samenhangende vermindering
van de poolkappen waardoor als het zo door gaat grote delen van Nederland onder water zullen komen te liggen.