De oudste bekende dinosaurus types zijn bekend van vindplaatsen in Argentinië en Brazilië en zijn ongeveer 230 miljoen jaar oud. De meest primitieve van deze was Eoraptor, een kleine vleesetende dinosaurus. Omdat Eoraptor's skelet geavanceerde kenmerken heeft die ook voorkomen bij latere dinosauriërs is het zeer wel mogelijk dat in de toekomst een nog oudere vorm zal worden gevonden.
Nee, dinosauriërs zijn een groep historische reptielen met overeenkomende skelet eigenschappen. De heupen, achterbenen en enkels waren gespecialiseerd en stonden de benen toe zich direct onder het lichaam te bewegen, in plaats van buitenwaarts zoals dat bij moderne reptielen het geval is. Deze aanpassing zorgde er voor dat bij dinosauriërs de knieën en enkels zich direct onder de heupen bevonden en zorgden tevens voor de noodzakelijke aanhechting voor sterke spieren. dinosauriërs hadden skeletten die zodanig waren ontworpen dat ze een optimale ondersteuning gaven aan hun lichaam waardoor zij konden staan en rennen. De voorpoten waren aangepast om prooi te grijpen, hun gewicht te ondersteunen en voor wandelen en rennen. De schedels waren ontworpen voor een maximum aan kracht, een minimaal gewicht en( in sommige gevallen) voor het grijpen, vasthouden en uit elkaar scheuren van prooi. Deze specifieke eigenschappen scheiden dinosauriërs van andere historische reptielen zoal Dimetrodon, de Plesiosauriërs en Pterosauriërs.
Nee! Nadat de dinosauriërs uitstierven, ging er ongeveer 60 miljoen jaar voorbij eerdat de eerste mensen verschenen op aarde. Kleine zoogdieren leefden echter wel al in de tijd van dinosauriërs. Veel geleerden die de dinosauriërs bestuderen (paleontologen) denken dat vogels afstammen van carnivore dinosauriërs, en sommige beschouwen moderne vogels als levende dinosauriërs. Deze theorie is nog volop aan discussie onderhevig en toont aan dat er nog steeds vele zaken aangaande dinosauriërs onbekend gebied zijn.
Paleontologen hebben bewezen dat de dinosauriërs op alle continenten voorkwamen. Aan het begin van het dinosauriër tijdperk (gedurende de Trias periode, ongeveer 230 miljoen jaar geleden) waren de continenten zoals we die nu kennen allemaal met elkaar verbonden in een supercontinent Pangaea genoemd. gedurende de 165 miljoen jaar dat de dinosauriërs op aarde leefden dreef dit continent langzaam uiteen, dit proces noemen we plaattektoniek en het proces zet zich nog steeds voort. Vulkanisme, bergvorming en zeebodemuitbreiding zijn allemaal onderdeel van de plaattektoniek.
Dinosaurus leefgemeenschappen werden gescheiden door zowel tijd als geografie. De "eeuw van de dinosauriërs" (Het Mesozoïcum) bestond uit drie geologische tijdsperioden (het Trias, Jura en Krijt). Verschillende dinosaurus soorten leefden gedurende deze drie perioden. Bijvoorbeeld: De Jura dinosaurus Stegosaurus was al 80 miljoen jaar uitgestorven voordat de Krijt dinosaurus Tyrannosaurus verscheen. In feite is de tijdsperiode tussen Stegosaurus en Tyrannosaurus groter dan die van Tyrannosaurus en jezelf. Aan het begin van de dinosaurus historie (het Trias) was er een supercontinent op aarde (Pangaea). Veel typen dinosauriërs waren hierover wijd verspreid. Echter toen Pangaea in stukken brak werden de dinosauriërs verspreid over verschillende continenten, en nieuwe dinosaurus soorten ontwikkelden zich onafhankelijk in elk geografisch gebied.
dinosauriërs worden vaak vernoemd naar hun karakteristieke lichaamseigenschappen, de plaats waar zij zijn gevonden, of een persoon die betrokken was bij de ontdekking. Meestal bestaat de naam uit twee Griekse of Latijnse (of combinaties hiervan) in volgorde eerst de genus naam en dan de soort naam. Als voorbeeld geven we hier de Grieks/Latijnse combinatie Tyrannosaurus rex hetgeen betekent "koning van de tyrant hagedissen". Biologen benoemen moderne dieren op precies dezelfde wijze. Sommige voorbeelden zijn: "Homo sapiens" voor mens, "Canis familiaris"
voor hond (huisdier) en "Crotalus horrdius"voor ratelslang.
Zie ook: Wie benoemt ze?
De grootste compleet gevonden dinosaurus was Brachiosaurus ("arm hagedis") deze bereikte een lengte van 23 meter en was 12 meter hoog. Fragmentarische botten en wervels zijn bekend van dinosauriërs die vermoedelijk nog groter waren maar deze vondsten zijn vaak te incompleet om een juiste schatting te maken van de lengte en hoogte van een dier. Enkele van deze vondsten (Argentinasaurus en Amphicoelias) kunnen wel een tot anderhalf maal zo groot zijn geweest als Brachiosaurus. De kleinste dinosaurussen waren niet veel groter dan een kip, Compsognathus ("mooie kaak") was 1 meter lang en woog maar 2.5 kilogram. Deze drie dinosaurussen leefden allemaal gedurende het Jura. Mussaurus ("muis hagedis") werd vroeger als de kleinste beschouwd, maar het is nu bekend dat het hier een jong niet volgroeid dier betrof die volgroeid groter zou zijn geweest dan Compsognathus. Indien vogels levende dinosaurussen zijn dan is de kolibrie de kleinst bekende dinosaurus!
Er zijn nu ongeveer 1000 soorten benoemd, maar veel daarvan zijn gebaseerd op incomplete vondsten waarvan de unieke karaktereigenschappen niet volledig kunnen worden aangetoond. Recente schattingen gaar er van uit dat er ongeveer 700 tot 900 soorten nog dienen te worden gevonden. De meeste genussen bestaan uit een enkel species (bijvoorbeeld, Deinonychus) maar anderen hebben er meer (bijvoorbeeld, Iguanodon). Het aantal dinosaurussoorten dat wij nu kennen is echter slechts minder dan een vijfde van de nu bekende moderne zoogdieren en minder dan een derde van de nu bekende spinnen soorten.
Over dit onderwerp hebben de geleerden conflicterende meningen. Sommige paleontologen denken dat alle dinosauriërs warmbloedig waren in dezelfde zin als
moderne vogels en zoogdieren, wat betekent dat zij een snelle metaboliek bezaten. Andere wetenschappers denken dat het onwaarschijnlijk is dat dinosauriërs zouden beschikken over een hoge metabolische graad. Sommige wetenschappers denken dat grote dinosauriërs koudbloedig konden zijn omdat hun lichaam zo groot was, zoals dat ook het geval is bij sommige zeeschildpadden. Het is mogelijk dat sommige dinosauriërs warmbloedig waren. Het probleem is echter dat het zeer moeilijk is hiervoor bewijs te leveren.
Zie ook: Warm- of koudbloedig?
De levenstijd van een dier hangt samen met zijn formaat en metabolisme. De levensduur van een dinosaurus varieerde waarschijnlijk tussen tientallen en honderden jaren. Hun mogelijke maximale leeftijd kan worden geschat aan de hand van die van moderne reptielen, zoals de 66 jarige levensduur van de alligator (Alligator mississippiensis) en de indrukwekkende maximale leeftijd van de Zwarte Seychellen Schilpad (Geochelone (Aldabrachelys) sumeirei). Een exemplaar van deze nu uitgestorven soort, die volwassen was toen hij werd gevangen leefde 152 jaar in gevangenschap (1766-1918) en overleed ten gevolge van een ongeval. Deze schattingen gebaseerd op de levensduur van koudbloedige dieren is vermoedelijk te lang indien dinosauriërs beschikten over een metabolisme dat meer overeenkomsten vertoonde met moderne vogels en zoogdieren.
Sommige dinosauriërs aten hagedissen, schilpadden, eieren of jonge zoogdieren, Sommige joegen op andere dinosauriërs of waren aaseters. De meeste echter aten planten (maar geen gras, want gras bestond nog niet in de tijd van de dinosauriërs). Gesteente met resten van dinosauriërs bevat ook vaak fossiele sporen en pollen die aangeven dat vele honderden verschillende plantensoorten bestonden in de tijd van de dinosauriërs. Alhoewel de exacte tijd van de origine van bloeiende planten onzeker is, is het wel duidelijk dat de laatste dinosauriërs zeker fruit op hun menu hadden staan.
Schattingen van de snelheid van dinosauriërs variëren omdat er verschillende methodes worden gebruikt om die snelheid te berekenen. Een recente schatting toonde aan dat een gemiddeld persoon er een volwassen Tyrannosaurus uit zou lopen (alhoewel je dat niet vrijwillig zou uitproberen). De twee basis benaderingen om een schatting te maken zijn het vergelijken van de bekende snelheden bij moderne dieren van gelijke lichaamsbouw en grootte, en het meten van de afstand tussen fossiele voetafdrukken in een spoor en deze te gebruiken om de geschatte snelheid te meten. Wandelende snelheden voor medium grote tweevoetige dinosauriërs varieren tussen de 4 en 6 km per uur met topsnelheden van 37 tot 88 km per uur. Het hoogsteëfiguur (88.6 km per uur) is gelijkwaardig aan die van de snellere landdieren zoals de Noord Amerikaanse Antilocapra americana, en is waarschijnlijk niet juist.
Dinosauriërs communiceerden vermoedelijk zowel vocaal als visueel met elkaar. De kammen van sommige dinosauriërs zoals Corythosaurus en Parasaurolophus kunnen mogelijk zijn gebruikt om geluid voort te brengen. Defensieve houdingen, hofmakerij en territorium gevechten gingen waarschijnlijk gepaard met zowel visuele als vocale uitingen. Een boze Triceratops stier die zijn kop dreigend van links naar rechts schudt zou zich zelf heel goed begrepen weten.
Paleontologen weten het niet zeker, maar misschien beschermde een groot lichaam sommige dinosauriërs tegen jagers, hielp hen hun interne temperatuur in stand te houden of stelde hen in staat bepaalde voedselbronnen te bereiken zoals boomtoppen. (zoals giraffes dat doen). Geen enkel modern dier met uitzondering van de walvis komt ook maar in de buurt van het formaat van deze historiche reuzen. Daardoor denken paleontologen dat de wereld van de dinosauriërs er anders uitzag dan de onze en dat het klimaat en de voedselbronnen gunstig waren voor gigantisme.
Alhoewel we de intelligentie bij dinosauriërs niet direct kunnen meten, is een van de mogelijke meetmethoden van intelligentie de verhouding tussen een groot brein en een klein lichaam. Het genus dat het best bij die beschrijving past was de vogel-achtige Krijt dinosaurus Troodon, welke eveneens beschikte over stereoscopish zicht (diepte zicht) en een uitstekend visueel vermogen, daarnaast was hij gebouwd op snelheid. Ondanks dat was deze dinosaurus waarschijnlijk niet zo intelligent als moderne vogels en zoogdieren.
Direct fossiel bewijs voor de kleur van dinosauriërs is niet voorhanden. Paleontologen denken dat sommige dinosauriërs camouflerende kleuren droegen zodat zij tussen de vegetatie minder opvielen. Dinosauriërs die voldoende bepantsering met zich meedroegen zoals Stegosauriërs en ceratopsen hebben mogelijk minder camouflerende kleuren nodig gehad en waren misschien zelfs fel gekleurd als een waarschuwing naar jagers of voor uiterlijk vertoon bij het vinden van een partner. De meeste dinosauriërs waren waarschijnlijk net zo gekleurd als moderne hagedissen, slangen en vogels.
Sommige dinosauriërs waren sociale dieren. Recent geleverd bewijs toont aan dat zij gezamenlijk rondtrokken en dat sommige soorten zelfs migreerden (omdat sommige dinosauriër fossielen zijn gevonden boven de Antarctische cirkel, waar de voedselvoorraad aan seizoenen onderhevig was). Groepen nesten van hadrosauriërs zijn gevonden met gebarsten eierschalen en skeletten van baby dinosauriërs (met nauwelijks ontwikkelde tanden) nog in het nest, suggererend dat sommige baby's in het nest bleven nadat zij uitkwamen en mogelijk werden gevoerd door de ouders.
dinosauriërs stierven 65 miljoen jaar geleden aan het eind van de Krijt periode uit, na ongeveer 165 miljoen jaar op aarde te hebben geleefd. Als alle dagen van de dinosauruswereld tot nu zouden (230 000 000) worden weergegeven in een jaarkalender van 365 dagen zouden de dinosauriërs op 1 januari verschijnen en in de eerste week van september uitsterven. Ter vergelijking zou de mens (Homo sapiens) op 22 december verschijnen. De lange periode van de dinosaurus dominantie maakt ze ongeëvenaard succesvol in de geschiedenis van het leven op aarde.
Er zijn vele theorieën die de mogelijke oorzaak van het uitsterven van de dinosauriërs belichten. Gedurende het Mesozoïcum onstonden er veel soorten dinosauriërs en stierven om uiteenlopende redenen ook weer uit. De ongewoon massale uitsterving aan het einde van het Krijt betekende eveneens het einde van de dinosauriërs, de vliegende reptielen en de grote waterreptielen. Er is nu wijdverspreid bewijs dat een inslag van een meteoriet in ieder geval mede verantwoordelijk was aan deze catastrofe. Inslagkraters kunnen worden waargenomen op veel planeten binnen ons zonnestelsel. Een spectaculair voorbeeld kon worden gezien in 1994 toen op een serie van inslagen plaatsvond. Sommige van die inslagen waren groter dan de omtrek van de aarde. Andere oorzaken zoals een vergrote uitstoot van vulkanische gassen, klimatologische afkoeling (welke van invloed zijn op de oceaanstromen), zee-niveau veranderigen, lage reproductie gehaltes, giftige gassen van een komeet of veranderingen in de aardbaan of magnetische veld kunnen eveneens hebben bijgedragen aan deze massauitsterving.