Een nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat dinosaurussen een ademhalingssysteem hebben gehad dat lijkt op het systeem dat moderne vogels hebben. Dit is natuurlijk de zoveelste aanwijzing dat vogels geëvolueerd zijn uit theropode dinosaurussen.
Vogels hebben een geheel ander ademhalingssysteem dan andere gewervelde dieren, reptielen en zoogdieren inbegrepen. Het is een veel efficiëntere manier om zuurstof via de longen op te nemen in het bloed dan bij zoogdieren waaronder mensen. Het ademhalingssysteem bij zoogdieren zal ik maar kort verklaren want dat is vrij duidelijk, je doet het zelf de hele dag. Bij zoogdieren wordt lucht in de longen gepompt (via inademen) en die worden groter zoals een ballon en daar wordt de zuurstof door middel van de vele alveoli opgeslagen in het bloed en zodoende door het lichaam getransporteerd. De overgebleven lucht in de longen is nu zuurstofarm en wordt via het uitademen naar buiten getransporteerd. De longen krimpen weer maar zijn niet helemaal leeg. Er blijft altijd wat lucht in de longen aanwezig zodat de long niet inklapt. Zou alle lucht uit de longen geperst worden (zoals bij een klaplong) is het heel moeilijk om er weer lucht in te krijgen. Dat lukt je zelf niet eens en de doktor moet er aan te pas komen om de long op te blazen. Denk maar aan een ballon, om de eerste lucht in de ballon te krijgen is veel moeilijker dan om er later lucht bij te blazen. Maar de achtergebleven lucht is zuurstofarm en bevat dus weinig zuurstof en vermengd zich met de nieuwe zuurstofrijke lucht die daardoor eigenlijk minder zuurstof bevat dan zou kunnen. Nu hebben we daar weinig last van want zoogdieren zijn de dominante soort op aarde na het uitsterven van dinosaurussen geworden maar vogels hebben heel veel zuurstof nodig om de energieconsumptie van het vliegen op te vangen.
Het ademhalingssysteem van vogels werkt anders, allereerst zetten de relatief kleine longen van vogels niet uit maar hebben een vaste omvang. Dit wordt gecompenseerd door luchtzakken die in het lichaam verspreid voorkomen en die wel kunnen uitzetten (sommige) en waarvan de meeste moderne vogels er negen hebben. Die luchtzakken lopen vaak zelfs door tot in de beenderen en wervels. Ook hebben vogels een eenzijdige doorstroming van de longen. Dit betekent dat er vrijwel een constante doorstroming is van de longen met zuurstofrijke lucht. De luchtzakken slaan alleen lucht tijdelijk op en helpen niet mee met de gasuitwisseling.
De voorste luchtzakken bestaan uit;
Ademhalingsfase 1, de eerste keer inademen
De lucht stroomt door de luchtpijp en bronchiën hoofdzakelijk naar de achterste luchtzakken,en een deel naar de longen.

Ademhalingsfase 2, de eerste keer uitademen
De lucht stoomt uit de achterste luchtzakken naar de longen. Dit is nog steeds zuurstofrijke lucht en verdrijft de al aanwezige lucht..

Ademhalingsfase 3, de tweede keer inademen
De oude lucht stroomt uit de longen naar de voorste luchtzakken. Dit is zuurstofarme lucht.

Ademhalingsfase 4, de tweede keer uitademen
De zuurstofarme lucht wordt uit de voorste luchtzakken naar buiten getransporteerd.

Een volledige ademhalingscyclus van een vogel zier er dan als volgt uit:
Inademen
Het borstbeen beweegt naar voren en beneden terwijl de ribben zich verwijden. Hierdoor worden de luchtzakken groter en zakt de luchtdruk waardoor lucht naar de zakken toe stroomt.


Na bestudering van 234 moderne vogels en een zeer goed bewaard gebleven skelet van Majungatholus atopus komen de onderzoekers tot de conclusie dat de holle beenderen van vogels die worden gepenetreerd door de luchtzakken overeenkomen met de holle beenderen van theropode dinosaurussen. De 234 vogels werden hiervoor met een contrastvloeistof ingespoten (alle vogels waren verkeersslachtoffers en al dood) om de verspreiding van de luchtzakken en pneumatische beenderen te bestuderen. Zodoende konden alle pneumatische beenderen in verband worden gebracht met regiospecifieke luchtzakken. Het volgende invariabele patroon kon hierin worden ontdekt.
Aanpassingen van het skelet die overeenkomen met het inademingssysteem van vogels komen al voor in basale neotheropoden, waaronder een relatieve stijve borstwervelkolom met het hiermee samenhangende hyposphene-hypantra gewricht en een robuust voorste deel van de borstkas. (hyposphene-hypantra: uitstulping van wervel past precies in inkeping van volgende wervel). In het voorste deel van de borstkas zorgt de verticale stand van de diapophysis en parapophysis, de wervelgewrichten die articuleren met de twee koppen van elke rib, voor een bijna niet in te deuken frame voor de holte van het ademhalingssyteem. De orientatie van de vertebrocostale gewrichten (wervel en ribben) verandert gelijdelijk naar een horizontale positie tussen wervel 4 en 9, zodat de meer naar achteren gelegen ribben meer bewegingsruimte naar de zijkanten hebben. Dit en de beweging van de gastralia (buikribben) zorgen voor een onlangs voorgestelde ademhalingspomp die grotere volumeveranderingen in het achterste deel van de romp kan bewerkstelligen. En dit is nu net een van de primaire voorwaarden bij de eenrichtingsdoorstroming van het longsysteem van vogels.
Pneumatische beenderen komt men ook tegen in de zeer grote sauropoden en de vliegende pterosauriërs, dus het kan zijn dat deze eigenschap eigenlijk een karakteristiek is van de Ornithodira. Maar voor conclusies omtrent het longsysteem van deze groep dieren is het veel te vroeg omdat er geen levende nazaten bekend zijn waarmee vergelijkingen kunnen worden getrokken zoals bij de theropode dinosauriërs en vogels. Ook kan het zijn dat deze holle beenderen en/of misschien luchtzakken ook voor andere redenen kunnen zijn ontstaan zoals het lichter maken van de beenderen. Sauropoden en pterosauriërs zouden hiervan dus beiden profiteren.
De auteurs van Basic avian pulmonary design and flow-trough ventilation in non-avian theropod dinosaurs denken dat voor elk model voor de evolutie van eenzijdige doorstroming van de longen er met de longen in verbinding staande gebieden moeten zijn die achter de plaats liggen waar de gasuitwisseling plaats vindt (meestal de longen), en als dinosaurussen dan wel of niet warmbloedig zijn geweest, ze leken in ieder geval eerder op moderne vogels dan op reptielen. Deze studie laat zien dat basale neotheropoden de anatomische aanpassingen hadden om een op moderne vogels lijkend longsysteem te hebben, de mogelijkheid benadrukkend dat deze karakteristiek vroeg in de evolutie is ontstaan, en consistent met de verhoogde metabolische waarden bij theropode dinosaurussen.
Al in 2003 kwam paleontoloog Peter Ward met een mogelijke verklaring voor het ontstaan van eenzijdige doorstromingslongen bij dinosaurussen.
Er zijn bewijzen dat het zuurstofgehalte in de lucht van 275 tot 175 miljoen jaar geleden véél lager was dan tegenwoordig, zo laag zelfs dat het ademen op zeeniveau leek op ademen op zeer grote hoogte. Peter Ward denkt dat deze lage zuurstofwaarden, samen met een verhoogde temperatuur door het broeikaseffect twee grote massa extincties heeft veroorzaakt. Hij denkt ook dat deze zware condities de ontwikkeling van een ongewoon ademhalingsapparaat hebben versneld. In plaats van een diafragma om lucht in en uit de longen te pompen hebben dinosaurussen van de orde Saurischia longen die in verbinding staan met luchtzakken die als een soort blaasbalg hebben gefunctioneerd. Dit systeem dat nog steeds wordt gebruikt door nu levende vogels maakten van dinosaurussen zelfs beter toegeruste dieren dan zoogdieren in een tijd dat het zuurstofgehalte van lucht maar de helft was van de tegenwoordige 21%. Tot nu toe werd altijd gesteld dat dit ademhalingssysteem was ontstaan omdat vogels dan tijdens het vliegen konden ademen maar zoals Peter Ward zegt; "ik heb nog nooit van een vliegende Brontosaurus gehoord!", "Als je bedenkt dat vogels op hoogtes vliegen waar veel minder zuurstof is en combineert met het feit dat het zuurstofgehalte op zeeniveau maar 10 - 11% was ten tijde dat dinosaurussen evolueerden valt alles op zijn plaats. Het is hetzelfde als dat je op 14000 voet (4275 meter) ademt. Als je ooit zo hoog bent geweest weet je dat het dan niet makkelijk ademen is".
Bronnen:
Basic avian pulmonary design and flow-trough ventilation in non-avian theropod dinosaurs,
Patrick M. O'Connor & P.A.M. Claessens, Nature vol 436/14 july 2005
BIO 554/754 Ornithology
www.dinosauria.com
How Animals Work: Avian Respiratory Dynamics Animation
VM8054 Veterinary Histology
Ultra-low oxygen could have triggered mass extinctions, spurred bird breathing system