Dit is de eerste periode van het Mesozoïcum, en de Aarde zag er heel anders uit dan nu. De werelddelen en landen zoals wij die nu kennen bestonden nog niet. Als je vanuit de ruimte een foto had kunnen maken van de wereld had je b.v. Amerika niet kunnen vinden of Afrika. Die waren er echt niet, want in die tijd zat bijna al het land vast aan elkaar in een continent dat Pangaea wordt genoemd. Het noordelijk deel wordt Laurasia genoemd en het zuidelijk deel Gondwana.
Er waren al veel plantensoorten zoals ginkgo's, zaadvarens en palmvarens, maar ook hele hoge boomsoorten zoals coniferen.
Op het land domineren de reptielen, nog niet de dinosaurussen, zoals de nijlpaardachtige Dicynodonten en rhynchosauriers. Deze worden opgevolgd door de Thecodonten waar een gedeelte ook weer van uitsterft maar de zee en landschildpadden en landkrokodilachtigen overleven samen met de eerste zoogdieren. Hagedissen zoals die hieronder afgebeeld staat kropen al door de bomen, en zweefden van boom naar boom door hun vleugels van huid. Ze konden hier niet mee vliegen zoals vogels maar alleen zweven.
© Corel
© Corel
In het Boven-trias verschijnen de eerste dinosaurussen. De Saurischia bestaan uit de tweevoetige theropoden en viervoetige Prosauropoden.
De Ornithischia bestaan uit kleine tweevoetige herbivoren, en omdat al het land aan elkaar vastzit kunnen de dinosaurussen zich over de hele wereld verspreiden. Hierdoor kunnen dinosaurussen uit het Trias vaak over de hele wereld worden gevonden, en niet zoals b.v. in het Krijt dat een soort alleen in het huidige Noord-Amerika wordt gevonden. Zoogdieren waren er ook al, alleen waren ze nog niet overheersend aanwezig. Het waren eigenlijk maar kleine op muizen en ratten lijkende dieren die ook ongeveer deze afmetingen hadden. Hier zie je Megazostrodon een zogenaamde Trichonodont. Trichonodonten waren zoogdieren met tanden zoals onze hoektanden met drie kegelvormige knobbels erop, die uitstekend geschikt waren om op insecten te kauwen. Je hebt dan ook nog Multituberculaten, die veel knobbels op hun tanden hadden en knaagdieren waren. Verder waren er nog de Pantotheren, die uiteenlopende tanden hadden, aangepast aan een gevarieerd dieet.
© Corel
Kleine reptielen met vleugels van huid (zoals de huidige vleermuizen hebben), laten zich glijden van boom naar boom. Hieruit ontstaan aan het eind van het Trias de Pterosauriers die op eigen gelegenheid konden vliegen. Insecten waren er in het Trias ook, en zij leken verrassend veel op moderne insecten. De hieronder afgebeelde insect zullen de meesten wel herkennen, er is maar een verschil met de moderne uitvoering van dit beest. , zijn lengte. De grote libel heet Meganura en kon zo'n 40 cm lang worden en had een vleugelspanwijdte van 75 cm. Ter vergelijking is Meganura ook afgebeeld op de grootte die een moderne libel zou hebben op deze schaal.
© Corel
Ook in zee komen verschillende reptielen voor zoals de Nothosauriers en Ichthyosauriers die veel op dolfijnen leken maar wel 15 meter lang werden en in tegenstelling tot dolfijnen waren uitgerust met vlijmscherpe tanden. Verder kwamen er ook verschillende soorten vissen en schelpdieren voor.

© Corel
© J. Arts
Ichtyosaurus, een reptiel maar gestroomlijnd als een dolfijn en die net als dolfijnen nu naar de oppervlakte moest om adem te halen.
Ichtyosauriers is trouwens een verzamelnaam voor verschillende species die allemaal een dolfijnachtige bouw hadden maar toch onderling verschilden in bouw, grootte e.d.
© J. Arts
Grendelius, een ichtyosaurus van zo'n 4 meter lengte.