Als jullie de artikelen op deze site een beetje gelezen hebben weten jullie dat vogels uit dinosaurussen zijn ontstaan. Vrijwel al het bewijs wijst in die richting. Een van de grootste punten van kritiek komt van Ornithologen die zeggen dat vogels omdat ze vingers II, III en IV hebben niet kunnen afstammen van dieren (dinosauriërs) die de vingers I, II en III hebben. Ornithologen denken dat vogels vingers II, III en IV door embryologisch onderzoek.
Volgens embryologen zal vingerreductie altijd volgens een vast patroon verlopen, iets dat door moderne! dieren wordt gestaafd (b.v. zoogdieren en hagedissen). Embryologen zeggen dat een hand (voorpoot) altijd eerst de buitenste vingers zal verliezen, dus eerst I en V. In dit geval blijven dus de vingers II,III en IV over.
Niet schrikken, maar nu eerst even een stukje theorie: we kijken voor het gemak alleen even naar de ulna, niet naar de radius (spaakbeen). Dit is een schematische hand van een Archosauriër.
| Uit de ulna (ellepijp) van een embryo groeien twee polsbeentjes, de intermedium en de ulnare. Uit de ulnare ontspringt carpal 4 en hieruit ontwikkelt zich weer metacarpal 4 (middenhandsbeentje) en de vingerkootjes van vinger 4 en carpal 3. Uit carpal 3 groeien weer de vingerkootjes van vinger 3 en carpal 2. Hieruit weer vinger 2 en carpal 1 plus vinger. Vinger V groeit "de novo", zo'n beetje uit het niets. De eerste vinger die ontstaat is dus vinger IV en die ligt in het verlengde van de ulna en de ulnare, dit is de metapterygial as. | ![]() Schematische Archosauriërhand |
| Als we de vorming van de hand van een struisvogel embryo volgen zien we dat de eerstgevormde vinger in het verlengde van de metapterygial as* ligt en wordt dus geïdentificeerd als vinger IV. Deze vingers worden gevormd door condrogene condensaties waarvan vogels er 4 hebben. Deze condensaties worden net als de vingers genummerd, cI, cII, cIII, cIV en cV. Bij vogels is condensatie cI verloren gegaan. Nu vinger IV is geïdentificeerd kun je terugtellen en kom je uit op de vingers IV, III en II. Een dier dat de vingers II, III en IV heeft behouden kan natuurlijk nooit afstammen van een dier met de vingers I,II en III. |
![]() Vorming van een embryo hand van een struisvogel |
Om dit probleem op te lossen hebben Günter P. Wagner and Jacques A. Gauthier een hypothetische 'frame shift' voorgesteld waarbij een condensatie die normaal vinger II produceert nu ineens vinger I maakt. Zie: Toch I,II,III.
Nu is er echter ook genetisch, embryologisch bewijs dat vogels gewoon de vingers I, II en III hebben, net zoals dinosaurussen!
Er is namelijk gebleken dat
aan het eind van de embryologische ontwikkeling van zowel kippen- als muizen embryo's alleen het gen Hoxd 13 aan te tonen is in vinger I, terwijl alle andere vingers Hoxd 12 en Hoxd 13 laten zien! Dit is getest op de embryo's van kippen, muizen en gemuteerde vormen van kippen embryo's. Blauw stelt de primaire as (metapterygial as) voor. Als door genetische manipulatie het gen Hoxd 12 aan vinger nummer I wordt toegevoegd krijgen we een misvormde eerste vinger met een identiteit van een andere vinger zoals verlenging van de eerste vinger en de vorming van meerder kootjes. Als in een andere vinger daarentegen het gen Hoxd 13 wordt onderdrukt ontstaat een verkleinde vinger en fuseren de kootjes tot een element! (Vogels hebben een phalangeal formula van 1-2-1-x-x) Hiermee identificeren Alexander O. Fargas en John F. Fallon de binnenste vinger van vogels als vinger nummer I, en is er geen verschil meer tussen paleontologische, anatomische en embryologische vinger identificatie!
![]() |
![]() |
![]() |
| Schematische vogelhand met Hoxd 13 aangetoond in vinger I, en Hoxd 12 en Hoxd 13 in de andere vingers. | Foto van de nog niet samengegroeide vingers van een embryo van 12.5 dag oud van een eend. | Ter vergelijking de hand van Archaeopteryx en Sinornis |
| © journal of experimental zoology | ||
Bron:
Birds Have Dinosaur Wings: The Molecular Evidence
ALEXANDER O. VARGAS en JOHN F. FALLON
JOURNAL OF EXPERIMENTAL ZOOLOGY (MOL DEV EVOL) 000:1–5 (2004)