DINO-VOGELS

NADER BESCHOUWD

Sinosauropteryx Scipionyx Protachaeopteryx Caudipteryx en Confuciusornis


door G.S. Paul


Nader onderzoek aangaande Sinosauropteryx bevestigd dat het "kikker-septum" beschreven door Ruben et al. 1997 volledig is samengesteld uit gelijmde breuken daar waar de pijlen in hun beschrijving de plaatsen aanduiden waar aanzienlijke schade aan het fossiel is geconstateerd. In de ventrale sectie komt dat in de foto’s niet goed naar voren maar de achterste breuklijn is duidelijk zichtbaar.

De centrale breuk was gevuld met cement dat was aangepast aan de kleur van het sediment. De breuk onstond toen de platte steen in diverse stukken uiteen viel toen een lokale boer hem verwijderde uit de grond, het resultaat is dat de schade symetrisch verloopt op beide stenen. Het reparatiewerk was uitgevoerd door een verzamelaar van fossielen. Ruben et al. zagen de resultaten van de door deze amateurs op incompetente wijze opgegraven en geprepareerde fossiel aan voor gefossiliseerde zachte delen van het lichaam.

Wat is het donkere materiaal? In Sicpionyx is de vermoedelijke lever erg naar voren geplaatst in de borst (zoals in vogels), direct boven het verbindingpunt van de voorste gastralia en wat het achterste eind van het kraakbeen gedeelte van het sternum zou moeten zijn. De auteurs van het Nature artikel hebben bevestigd dat de lever zich niet dorsaal uitstrekt in Scipionyx , dit in tegenstelling tot eerdere beweringen gemaakt tijdens Dinofest.

In Sinosauropteryx bevindt het vooreinde van de gastralia zich een stuk voor het donkere materiaal. Ergo, de lever was waarschijnlijk niet bewaard. Het donkere materiaal bevindt zich op de zelfde plek - het achterste gedeelte van de lichaamsholte vanaf rugwervel 8 / 9 en terug - als het goed bewaard gebleven darmkanaal van Scipionyx dus ook dit representeert waarschijnlijk de inhoud van de ingewanden. Er is geen bewijs van de fossilisering van zachte delen zoals een kikkerachtige lever, septum of voor- en achtergedeelten van de ingewanden bij theropoden.
Tijdens Dinofest is gesuggereerd dat de lichaamsomtrek (zichtbaar in de foto van het Juli nummer van National Geographic van de grootste Sinosauropteryx daarbuiten ligt en de "interne vezels" bevat. Die lichaamsomtrek is feitelijk de weergave van een conserveringsmiddel toegevoegd na het completeren van de preparatie werkzaamheden.

Op sommige plekken in het sediment is het dichtingsprodukt dik genoeg om te refelcteren (in de meeste gedeelten was de laag zo dun dat het het werd geabsorbeerd door het sediment resulterend in een matte glans), er zijn ook enige dikke druppel-kringen waarneembaar evenals enkele aanstrijkpunten. Op sommige andere plekken zijn verdikkingen in het sediment te zien op plekken waarbij de aangebrachte dichtingsprodukten niet zijn wegzonken.

Het dichtingprodukt was ook aangebracht om de losse veren te behouden op de platte steen (zoals waarneembaar op de foto in de National Geographic) op de foto bevindt zich schijnbaar waarneembaar aan kleine serie veren aan het einde van de staart van de grooste Sinosauropteryx. De platte steen was (zoals bij al deze specimen) ernstig verbrokkeld en de veren bevinden zich op een gesepareerd stuk steen.

Op het eerste gezicht bevinden er zich enkelel distale wervels op dat gesepareerde stuk steen een onderzoek waarbij het deel werd uitvergroot en gebruik werd gemaakt van flitslicht toonde aan dat er zich geen wervels in dat stuk steen bevinden. De wervels zijn slechts illusionair, veroorzaakt door breuken in het sediment.

De achterste staartwervels ontbreken omdat ze tesamen met het stuk steen dat daar werkelijk behoorde verloren zijn gegaan. De veren hebben geen connectie met de wervels (anders dan bij Protarchaeopteryx en Caudipteryx) het zijn slecht enkele losse veren aangebracht door de boer die vond dat die veren daar wel goed stonden. De "staart flipper"die volgens sommigen de veronderstelde staartveren omgeeft bestaat uiteraard gewoon uit aangebrachte dichtingsprodukten.

Zo ver ik weet is nog niet iedereen overtuigd van deze bevindingen en zijn er nog immer wetenschappers die volhouden dat het dichtingmiddel een lichaamsomtrek is en dat de "staartflipper" echt is. Het mis-intrepeteren van schade en herstelwerkzaamheden heeft uiteraard niets te doen met wetenschap, en we kunnen alleen hopen dat deze onlogische conclusies niet zullen worden gepubliciteerd.

De staart van de grootste Sinosauropteryx is veel korter zowel in lengte als aantal wervels dan die van de veel kleinere type specimen wat het twijfelachtig maakt dat zij tot de zelfde soort dinosauriers zouden behoren, daar tegenover staat een overeenkomende hand-morfologie.

Bij Caudipteryx zijn de profielen van het linker ischium en pubus gepreserveerd als impressies in het sediment ze zijn volledig gearticuleerd met elkaar en het linkerdarmbeen. Het schaambeen is nauwelijks naar achteren gebogen en is feitelijk vertikaal en extreem lang vermoedelijk om de maaginhoud van de herbivoor te vergroten. Het zitbeen komt overeen met die van dromaeosauriden, troodonten en oviraptoren en heeft een grote driehoekige obturatoriale vorm, het gearticuleerde ischium bevestigt dat aan het achtereinde dorsale uitgroeisel ontbreken.

Een rennende theropode die vlucht ontwikkelt zou een kortere staart en een sternum moeten bezitten die niet langer zijn dan dat van Archaeopteryx, geen verbeende achterste ribben bezitten, langere armen hebben dan andere theropoden, aerodynamische assymetrische veren dienen te bezitten en een insectivoor moeten zijn.

Vliegloze vogels bezitten korte staarten, een lang verbeend borstbeen, korte armen, niet aerodynamische symmetrische armveren en zijn vaak kleinhoofdige herbivoren die stenen gebruiken om hun voedsel te vermalen. In aanmerking genomen dat Caudipteryx alle eigenschappen van de laatste had was het waarschijnlijk een vluchtloze dinosaurier verwant aan de oviraptorosauriers (de onderkaken tonen veel overeenkomst) en stamt Caudipteryx af van vliegers die verder ontwikkeld waren dan Archaeopteryx.

Enkele weken geleden kwamen Andre Elzanowski en ik tot de conclusie dat Protarchaeopteryx zoals origineel beschreven eerder een Archaeopterygiforme is dan een dinosaurier. Het korte brede borstbeen met een voorwaartse inham is de uitstervende lijn eigenschap van Archeaopteryx, alle andere skelet details zijn indicatief of vergelijkbaar met die van een grote oervogel.

Vraag, waar zijn de vleugelveren? Als die echt niet aanwezig waren dan kon dit dier niet vliegen, in ieder geval waren de armen iets gereduceerd wat er op duidt dat het vliegvermogen nog niet goed was ontwikkeld. ook hier is de staart veel korter dan die van Archaeopteryx, mijn prognose is dat later zal blijken dit dier afstamt van een vlieger die meer geavanceerd was dan Archaeopteryx.

Confuciusornis - Kijk Ma, zonder staart! Bij de vele compleet gevederde specimen ontbreken goed ontwikkelde staartveren (niet te verwarren met het hyperlange intimidatie-veren gevonden op sommige specimen). De vleugels zijn groot, dus deze vogel kon vliegen maar niet met veel behendigheid.

G.S. Paul [98-07]