| Classificatie | Vindplaats | grootte 1 blok= 25X25cm | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
|
In april 1998 stonden de kranten vol van de vondst van een dinosaurus in Italië, dat het meest compleet fossiel ooit gevonden zou zijn. Allereerst werd deze dinosaurus al in 1980 in Italië gevonden door een amateur-paleontoloog, die hem in de kelder bewaarde en dacht dat het om een vogelfossiel ging. Later heeft hij dit fossiel toch maar aan enkele experts laten zien die meteen de belangrijkheid van deze vondst inzagen. Het was namelijk het fossiel van een baby-dinosaurus waarvan de ingewanden ook gefossiliseerd waren. Dit komt maar zeer zelden voor, en misschien was scipionyx wel een van de eerste dinosaurussen waarbij dit ontdekt is, maar ten tijde van het persbericht waren er toch al meer van zulke vondsten gedaan. Het is een beetje raar dat van scipionyx al in 1993 foto's en berichten in de pers waren verschenen die toen vrijwel ongemerkt zijn gebleven. Intussen zijn bijvoorbeeld van Sinosauropteryx ook fossielen gevonden met ingewanden, prooidieren en zelfs nog niet gelegde eieren. Het is wel zo dat de ingewanden van scipionyx meer 3-dimensionaal zijn terwijl de ingewanden van Sinosauropteryx geplet zijn. Zoals op de tekening te zien is ontbreekt aan het scipionyx-skelet de onderbenen en een gedeelte van zijn staart. De lengte van dit fossiel bedraagt 23.7 cm en volgroeid zou deze dinosaurus ongeveer 1.80 m lang kunnen zijn geweest. Er zijn ook foto's verschenen van een model van scipionyx, compleet met voeten met een vergrote 2e teen zoals bij de dromaeosauriden, maar dat is speculatie. Lang werd ook aangenomen dat het een maniraptor was omdat zijn polsgewricht hier veel op lijkt maar de beschrijver van dit fossiel Cristiano dal Sasso zegt dat Scipionyx zowel geavanceerde als primitieve kenmerken heeft en eigenlijk in geen enkele bekende coelurosauriër familie thuis hoort. Scipionyx vertegenwoordigt een geheel nieuwe familie van coelurosauriërs. De resten van scipionyx zijn uit bodemlagen van zo'n 113 miljoen oud gevonden en het is de eerste dinosaurus die ooit in Italië is gevonden. Inmiddels is er nog een tweede en derde Italiaanse dinosaurus gevonden maar die zijn nog niet beschreven. Het gaat hierbij om een hadrosauriër en een theropode.
Waarom is Scipionyx nu eigenlijk zo goed bewaard gebleven? Pietraroia, de plaats waar deze baby dinosaurus is gevonden is een "Konservat Lagerstätte", oftewel een afzetting met buitengewone conservering. Normaal gesproken conserveren alleen de harde lichaamsdelen zoals beenderen en tanden maar in Lagerstätten (die erg zeldzaam zijn) hebben buitengewone omgevingscondities ervoor gezorgd dat ook weke delen zoals huid of ingewanden worden gefossiliseerd. Wat is er gebeurd in Pietraroia?
Schematisch kunnen we zeggen dat de dieren van Pietraroia na hun dood snel zijn begraven en beschermd door een zeer fijnkorrelige modder dat werd afgezet op de bodem van een ondiepe zee, in een tropisch klimaat wat lijkt op het klimaat van de moderne Bahamas. Onder normale omstandigheden, met een kalme zee en flinke blootstelling aan zonlicht was er een minimale verticale vermenging van water, zozeer zelfs dat er soms op de bodem van dit bassin een zuurstofgebrek was zodat de ontbinding van kadavers die op de bodem terechtkwamen bijna werd gestopt. Tijdens het compacter worden (door de druk van de afzetting) en de dehydratie van de modder kwam er een langzaam proces op gang van het verwisselen van organisch materiaal, molecuul voor molecuul, met mineralen bestaande uit microscopisch kleine kristallen van calciet en apatiet, die zo nauwgezet de form en structuur hebben geconserveerd van anatomische delen van planten en dieren.
Het volgende verhaal is wat de geleerden zich voorstellen van het gebeuren zo'n 113 mjg gebaseerd op de tot nu toe gevonden bewijzen.
De omgeving dat de conservatie van Scipionyx heeft veroorzaakt bestond uit lagunes aan de kust die ondiep waren en periodieke afzettingen van slijk vermengd met zeer kleine organische deeltjes: schaaltjes van foraminiferi, overblijfselen van skeletdelen van sponzen en schelpfragmenten. De depositie van carbonaat was snel en werd begunstigd door intense getijden en stormen die bij hoog water de lagunes bereikten en zo het zeer fijne sediment erover uitstortten. De modder werd afgezet in de diepte door een troebele modderstoom dat zo intens was dat het wel op een onderwater regenbui leek. Deze gebeurtenissen verbonden aan de getijden wisselden zich met meer of minder lange tussenpozen van de afzetting af, waarschijnlijk door het isolement van het bassin met open zee, dat de vernietigende condities in gang stelde (gebrek aan zuurstof) dat het massale sterven van mariene organismen en de buitensporige algengroei veroorzaakte. Dat in Pietraroia niet alle zuurstof van de bodem was verdwenen wordt aangetoond door kanalen en uitgravingen veroorzaakt door sporen in de modder van ongewervelden die daar gepasseerd zijn, en het massale sterven wordt door enkele lagen gedocumenteerd die erg rijk zijn aan vissen en coprolieten. Aan de andere kant is aanwezigheid van een deken van algen en bacteriën de waarschijnlijke oorzaak van de smalle laminaat van de kalklaag met de meeste fossielen en heeft een stabiliserende invloed gehad op de kadavers: bedekt met algen werden ze niet gedisarticuleerd en werd de micro-omgeving begunstigd voor de conservering van weke delen.

© J. Arts
The Learning

© J. Arts