Korte berichten 2010


18 september 2010

Balaur bondoc

Het is bekend dat op eilanden de dieren behoorlijke veranderingen kunnen ondergaan in de loop van de tijd. Meestal worden de soorten die afgescheiden zijn van het vaste land kleiner, of bij gebrek aan roofdieren juist groter. Europa bestond in de tijd dat de dinosaurussen de wereld beheersten grotendeels uit water en eilandjes. Daarom worden er in Nederland ook zo weinig overblijfselen van dinosaurussen gevonden. Roemenië heeft in die tijd wat grotere eilanden gehad en daar worden dan ook wel overblijfselen van dinosaurussen gevonden. Zelfs hele speciale, juist omdat daar het principe van het "eiland effect" heel goed te zien is. Zo zijn er plantenetende dwergdinosaurussen bekend die primitiever waren dan hun gelijktijdig levende soortgenoten van het vaste land maar resten van eilandbewonende vleesetende dinosaurussen zijn uiterst schaarsen fragmentarisch.
Nu is er in Roemenië een gearticuleerd skelet gevonden van een dromaeosauride dinosaurus dat het compleetst is van alle tot nu toe gevonden vleesetende dinosaurussen van Europa van het midden tot late Krijt. Opvallendste kenmerken zijn het samengroeien van de handbeenderen en beenderen van de achterpoten, een sterk naar achteren georiënteerde heup met vergrootte aanhechtingsplaatsen voor de dijbeenspieren en een paar draaibare voetklauwen. In tegenstelling tot de herbivore dinosaurussen van de eilanden zijn de naaste, gelijktijdig levende verwanten uit Laurasië, van deze predator van dezelfde grootte. Een aanwijzing voor de samenhang van de fauna's van Laurasië en Europa tot diep in de late Krijt.
Deze dinosaurus bevestigt het bestaan van afwijkende soorten op eilanden maar laat ook zien dat deze niet per sé primitiever, kleiner of geografisch gelimiteerd hoeven te zijn.

Classificatie
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Coelurosauria
Maniraptora
Dromaeosauridae
Balaur bondoc

Ethymologie
De naam verwijst naar een mythologisch meerkoppig wezen, en betekent in het oud romeens draak. Bondoc stevig

Vindplaats en ouderdom
Het midden van het maastrichtian van Roemenië


Let op de dubbele sikkelklauw van Balaur!
©PNAS | August 31, 2010 | vol. 107 | no. 35


22 juli 2010

Torosaurus = Triceratops

Een promovendus van het Montana State University haalt een meer dan honderdjarige overtuiging onderuit over twee dinosaurussen, Triceratops en Torosaurus!
Al sinds de 19e eeuw denken paleontologen dat Triceratops en Torosaurus twee verschillende dinosaurussen zijn. Triceratops heeft een schedel met 3 hoorns en een kort nekschild, terwijl Torosaurus een groot schild heeft met twee openingen. Promovendus John Scannella en paleontoloog Jack Horner maakten in het juli nummer van de Journal of Vertebrate Paleontology bekend dat deze twee dinosaurussen eigenlijk dezelfde zijn, ze representeren alleen exemplaren van verschillende ouderdom.


Triceratops en Torosaurus

Zij denken hiermee ook aan te tonen dat de diversiteit van de dinosaurussen aan het eind van de Krijtperiode al duidelijk op zijn retour was.
De verwarring over deze 'twee' dinosaurussen is gemakkelijk te begrijpen volgens John Scannella omdat jonge dinosaurussen niet gewoon miniatuur uitgaven waren van volwassen exemplaren. Ze leken niet op elkaar en vooral de schedel veranderde radicaal tijdens het volwassen worden. Recente studies hebben aangetoond dat de schedels radicaal veranderden bij Pachycephalosaurussen, Tyranosaurussen en andere dinosaurussen die zo'n 65 miljoen jaar geleden uitstierven in Noord-Amerika. "We zijn natuurlijk in het nadeel", zei John Scannella, "want we kunnen natuurlijk niet het volwassen worden in het veld bestuderen bij een levende Triceratops, we moeten het verhaal samenstellen aan de hand van fossielen. Om het complete verhaal te reconstrueren heb je een groot aantal fossielen nodig van verschillende levensfases en groeifases".
"Het is nodig dat paleontologen ontogenesis (groei van jong tot volwassen) als een bron van morfologische variatie betrekken voordat een nieuw species wordt benoemd om rekening te houden met de verschillende groeistages van fossiele specimen". "Zonder deze veranderingen in het onderzoek te betrekken overschatten we de dinosaurus diversiteit en dus produceren we een onrealistische kijk op de paleoecologie van deze dieren". volgens John Scannella.

Horner is al 10 jaar bezig met het reconstrueren van het ecosysteem van de Hell Creek formatie in het oosten van de staat Montana. Honderden fossielen werden gevonden en 40% daarvan behoorde aan Triceratops en vertegenwoordigen verschillende stadia van de groei. Sommige schedels waren van jonge Triceratops en hadden ongeveer de grootte van een voetbal, anderen hadden de grootte van een kleine personenauto.
Torosaurusfossielen waren veel zeldzamer dan die van Triceratops, maar geen enkele was van een onvolwassen dier. Als er een Torosaurusschedel werd gevonden was het van een groot dier. Als Torosaurus echt een volwassen Triceratops voorstelt is het de vraag waarom er zo weinig Torosaurus fossielen worden gevonden. Het kan zijn dat het sterftecijfer van Triceratops hoog was voordat zij hun volledige morfologische volwassenheid bereikten.

Horner en Scannella onderzochten meer dan 50 Triceratops specimen uit de Hell Creek formatie, maar ook schedels uit andere musea zoals het American Museum of Natural History in New York, het National Museum of Natural History at the Smithsonian Institution in Washington, D.C., en Peabody Museum of Natural History at Yale University in New Haven, Conn.
Ze verrichtten metingen van de lengte, breedte en dikte van de schedels. Onderzochten de micro structuur, oppervlaktestructuur en verandering van de vorm van het nekschild. Microscopisch onderzoek bracht aan het licht dat het weefsel van Torosaurus meer vervormd was dan bij de grootste Triceratops exemplaren en dit wijst er volgens Scannella op dat Torosaurus een volwassen Triceratops moet zijn geweest. Zelfs de nekschilden van wat vroeger volwassen Triceratops werden beschouwd ondergingen nog dramatische veranderingen. Scannella en Horner zochten drie jaar lang naar alternatieve verklaringen voor hun bevindingen. Uiteindelijk kwamen zij tot de conclusie dat Triceratops en Torosaurus dezelfde dinosaurussen waren! "Elke weg die we namen om de hypothese onderuit te halen versterkte die hypothese maar", zei Scannella.

Het idee dat Torosaurus een volwassen Triceratops is geweest versterkt het idee dat de diversiteit van de dinosaurussen aan het eind van het Krijt lager was dan aangenomen volgens Scannella. "Een Afname in diversiteit kan de dinosaurussen verzwakt hebben ten tijde dat de meteoriet de aarde raakte aan het eind van de Krijt periode," zei Scannella. "Het kan een combinatie van twee factoren zijn geweest, lagere diversiteit en een wereldwijde catastrofe, die resulteerde in het uitsterven van de 'non avian' dinosaurussen."


3 mei 2010

Onbekende veertypen bij Similicaudipteryx

Er zijn de laatste jaren veel dinosaurussen gevonden met veren waardoor onze kennis over het ontstaan en de evolutie van veren sterk gegroeid is. Er is echter maar weinig bekend over hoe de veren zich ontwikkelden gedurende de groei van een dinosaurus. Er zijn belangrijke (theoretische) wetenschappelijke artikelen verschenen over het ontstaan van veren, zie bijvoorbeeld Veer evolutie, maar die gaan over de ontwikkeling van verschillende typen veren en niet over de veer-ontwikkeling van een jong dier naar volwassen dier. Nu is er een artikel verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift Nature waarin melding wordt gemaakt van de vondst van twee exemplaren van de dinosaurus Similicaudipteryx in verschillende stadia van hun ontwikkeling en met veerafdrukken!

Veren, of primitieve veren zijn bekend van bijna alle coelurosaurische theropode groepen dinosaurussen. De meeste werden gevonden in de Jehol Group, een bodemlaag stammende uit het begin Krijt en de Daohugou en Tiaojishan formaties die stammen uit de Jura. Maar toch blijven exceptioneel goed bewaarde specimens schaars, en nog schaarser zijn specimens die een ontogenetische groei laten zien. In dit artikel worden twee kleine theropode dinosaurussen beschreven uit de Yixian formatie van westelijk Liaoning (provincie van China) die belangrijke informatie leveren over deze vrijwel onbekende materie.
STM4-1 is een juveniel zoals verscheidene kenmerken laten zien zoals strepen die over de lange beenderen lopen die aangeven dat beenvorming nog niet compleet was, de wervelbogen waren nog niet samengegroeid met de wervelcentra, behalve bij de laatste staartwervels, en dit specimen was veel kleiner dan de meeste sub-adulte oviraptoride specimens (dijbeenlengte 38mm in vergelijking met een dijbeenlengte van 120mm in caudipteryx).
Met een dijbeenlengte van 140mm is het tweede exemplaar (STM22-6) veel groter maar ook dit is waarschijnlijk geen volgroeid dier geweest omdat ook hier de wervelbogen niet vergroeid zijn met de wervelcentra in de rugwervels en de proximale staartwervels. De schrijvers van dit artikel denken dan ook dat STM4-1 en STM22-6 een vroeg juveniel stadium en een laat juveniel stadium representeren.

STM4-1 en STM22-6 behoren tot de Oviraptorosauria op basis van verschillende kenmerken zoals een schedel met een korte pre-orbitale regio, premaxilla met een groot oppervlak, een external naris die dorsaal geplaatst is, een groot mandibular venster en een naar voren gebogen schacht van de pubis. Een vergelijking met andere oviraptoride dinosaurussen laat zien dat deze twee exemplaren behoren tot het genus Similicaudipteryx, een onlangs gevonden dinosaurus uit de Yixian formatie.

Bij STM4-1 zijn 2 typen veren te zien: lange veren met een centrale schacht zitten aan de hand en de middelste en achterste staartwervels maar niet op andere delen van het skelet, en donsachtige veren zijn te zien op de rest van de wervelkolom en nabij de ischia (zitbeen). De donsachtige veren bij de ischia en de voorste staartwervels zijn lange, vertakte draadachtige structuren. Elf staartveren zijn te zien die elk aan de onderkant van een staartwervel vast zitten. De meeste zijn proportioneel gezien breed ten opzichte van de wervel waaraan hij vast zit. Het proximale tweederde deel van elke staartveer is lint-vormig en het laatste derde deel is vergelijkbaar met een normale van een rachis voorziene contourveer. Er zijn ongeveer 10 handpennen aan metacarpal III gehecht en phalanx III-1, waarvan de middelste duidelijk de langste en breedste zijn. Ook hier is het proximale deel lint-achtig en het distale deel voorzien van een schacht. Er zijn geen armpennen te zien maar het kan natuurlijk zijn dat die gewoon niet gefossiliseerd zijn.

In het grotere exemplaar (STM22-6) zijn de veren van de schedel en het grootste deel van de wervelkolom donsachtige veren waarvan die van de schedel en heup het langste zijn, meer dan 50mm. Veren met een schacht worden vertegenwoordigd door proportioneel grote hand- en staartveren, elk met een duidelijke rachis en symmetrische vlaggen zonder een lint-vormig deel zoals bij STM4-1. Er zijn 12 bilaterale paren staartveren te zien, 10 handveren en 12 armveren aan iedere arm. De distale handpennen vertonen meer baardjes dan de proximale en de armveren. Als de afwezigheid van armveren werkelijk een eigenschap is, en niet door de mate van fossilisatie komt, zou dit betekenen dat deze armpennen later ontogenetisch tot ontwikkeling zouden komen bij Similicaudipteryx dan bij moderne vogels. Een kippenkuiken heeft bijvoorbeeld al armpennen als het uit het ei komt. Een anderen ontogenetische verandering heeft betrekking op de relatieve afmeting van de remiges en rectrices. De hand- en armveren zijn veel kleiner dan de staartveren bij STM4-1, maar bij STM22-6 is het verschil veel minder nadrukkelijk aanwezig. Dit wil zeggen dat de remiges en rectrices zich met verschillende snelheid ontwikkelden, waarschijnlijk in verband met de toenemende functionele importantie op weg naar volwassenheid.
Het meest opvallende ontogenetisch verschil is echter het contrast tussen remiges en rectrices gevormd door volledige slagpennen (STM22-6) en de ongebruikelijke vorm van STM4-1, die proximaal lint-vormig zijn en distaal met een centrale schacht. Bij moderne vogels veranderen de arm- en handpennen en de staartveren vrijwel niet na hun eerste generatie veren (nestdons). Bij Similicaudipteryx lijkt het geen nestdons te zijn, wat er op duidt dat belangrijke morfologische veranderingen optraden in de veer-ontwikkeling, ook na het uitkomen van het ei en eventuele nestperiode. Dit is onbekend voor moderne vogels.
Het bestaan van twee zo verschillende morfotypen duidt er op dat Similicaudipteryx net zoals moderne vogels tijden met rui moet hebben gekend. Het kan ook zo zijn dat de twee vormen uit één veer zijn ontstaan maar dit is niet erg waarschijnlijk gezien de grote verschillen in morfologie. Het is eerder waarschijnlijk dat er nog meer typen veren gedurende de ontwikkeling zijn geweest, nestdons is daar een van.


© Nature
het type veer 1,2 en 7 is in de loop van de evolutie verloren gegaan


© Nature
Verspreiding van de verschillende typen veren

Bron: Nature Vol 464 | Issue no. 7293 | 29 April 2010

29 maart 2010

Linheraptor exquisitus

Dromaeosauride dinosauriërs zijn geavanceerde maniraptoren en bekend uit het Krijt van Laurasie en Gondwana. Alles wijst er echter op dat de Dromaeosauriden veel eerder, ergens in de Jura , zijn ontstaan. Deze groep wordt de laatste jaren veel bestudeerd omdat het een van de groepen is die het nauwst verwant is aan vogels en daarom belangrijk is voor de reconstructie van de geschiedenis van de vogelevolutie. Van de Djadokhta formatie en zijn in ouderdom gelijke formaties uit China en Mongolië waren tot nu toe 4 dromaeosauride dinosaurussen bekend.

Daar is nu een (in 2008 gevonden) onlangs beschreven nieuwe dromaeosauride dinosaurus bij gekomen. Het is een vrijwel compleet skelet dat ook nog eens gearticuleerd gevonden is. Het komt uit Mongolië en is in lagen uit het Boven Krijt gevonden.

Classificatie
Dinosauria
Saurischia
Theropoda
Coelurosauria
Maniraptora
Dromaeosauridae
Linheraptor exquisitus

Ethymologie
De naam verwijst naar de plaats waar hij gevonden is: Linhe, en naar het feit dat het een roofdier was: raptorrover
de speciesnaam duidt op de zeer goede staat waarin dit skelet verkeerd.

Vindplaats en ouderdom
Bayan Mandahu, Wulansuhai formatie, Campanien Late Krijt van Mongolië

Het betreft hier een volwassen exemplaar gezien de gesloten neurocentrale aanhechtingen van alle gevonden wervels en de aaneengegroeide tibiotarsus. Met eenlengte van 180 cm is het een vrij kleine theropode dinosaurus maar vergelijkbaar met andere aziatische dromaeosauride dinosauriërs. Linheraptor is waarschijnlijk nauw verwant aan Tsaagan waarmee hij enkele unieke eigenschappen deelt.

Bron: Zootaxa 2403: 1–9 (2010)
Copyright © 2010 · Magnolia Press

Linheraptor
© 2010 · Magnolia Press


31 januari 2010

Kleur van Sinosauropteryx bekend

Er is altijd gezegd (ook op deze site) dat we de kleuren van dinosaurussen niet kennen omdat kleuren nu eenmaal niet fossiliseren. Daar is nu verandering in gekomen! Het blijkt dat melanosomen een belangrijke rol spelen in het weergeven van kleuren en door het vergelijken van deze melanosomen met hedentendaagse vormen van dit proteine zijn de onderzoekers van de University of Bristol samen met hun chinese collega's van the Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology (IVPP) in Beijing achter de kleuren gekomen van de theropode dinosaurus Sinosauropteryx.

©Jim Robins

Sinosauropteryx heeft waarschijnlijk oranje proto-veren gehad met een wit gestreepte staart.
Er werden twee typen melanosomen ontdekt bij deze kleine dinosauriër, worstachtige organellen (een specifiek onderdeel van een levende cel) genaamd eumelanosomen die bijvoorbeeld in de zwarte strepen van zebra's zitten en het zwarte masker van de Kardinaalvogel. De andere was rond van vorm en worden phaeomelanosomen genoemd en geven een roodachtige kleur die we bijvoorbeeld terug kunnen vinden bij mensen met rood haar.

Er werden geen andere structuren gevonden die een aanwijzing zouden kunnen geven over kleuren zoals geel of blauw. Volgens de onderzoekers hebben de cellen van dinosaurussen mogelijk ook gekleurde pigmenten geproduceerd zoals carotenoïde en porfyrine, maar die zijn niet zo sterk als organellen en laten geen sporen achter in fossielen. Melanosomen zijn een onderdeel van het harde proteine uit het inwendige van een veer en overleven veel langer.

Toen de paleontologen het fossiel van Sinosauropteryx bestudeerden vonden zij in de donkere gedeeltes van de staart phaeomelanosomen dat er op wijst dat de staart roodachtig bruin geweest moet zijn. De lichtere strepen zijn mogelijk wit van kleur geweest maar omdat sommige pigmenten vervallen en geen sporen achterlaten is dit niet met zekerheid te zeggen.

Een andere dinosaurus die is onderzocht is Sinornithosaurus die veerachtige structuren heeft gehad die eumalnosomen of phaeomelanosomen bevatte wat er op wijst dat de veren van deze dinosaurus in kleur varieerde van zwart tot roodbruin.

Er werd veel gespeculeerd over de haarachtige structuren van Sinosauropteryx en niet iedereen was het er over eens dat het veren of proto-veren waren. Er werd geopperd dat het gefossiliseerd bindweefsel moet zijn geweest en géén veren. Bij moderne vogels worden melanosomen echter alleen gevonden in de veren en niet in het bindweefsel. Omdat bij Sinosauropteryx deze melanosomen ook alleen in het inwendige van de veren wordt gevonden is dit probleem uit de wereld volgens Mike Benton (een van de paleontologen die het onderzoek verrichte) en zijn de structuren veren en geen bindweefsel. De monsters kwamen van de basis van de staart van Sinosauropteryx en bewijzen dat het om vroege veren gaat vertelde Richard Prum, de man die een hypothese heeft opgesteld over de evolutie van veren.

Dit onderzoek kan ook licht werpen op een ander nog niet geheel ontraadseld vraagstuk: waarvoor dienden de eerste veren nu eigenlijk! In ieder geval niet om te vliegen, daar waren de op haren lijkende veren niet geschikt voor, maar als warmteregulerende huidbedekking en/of uiterlijk vertoon. Benton zei, "Het is voor mij steeds waarschijnlijker dat deze dinosaurussen een visueel statement afgaven" en verder "wat dat statement precies inhoud weten we niet, maar je hebt geen oranje en wit gestreepte staart voor niets."

1.Zhang , F. et al. Nature advance online publication doi:10.1038/nature08740 (2010).