Jobaria tiguidensis

In 1994 toen Sereno et al. Afrovenator beschreven maakten zij ook melding van de ontdekking van de resten van een onbekende sauropode. J. tiguidensis is gevonden in het Valanginian/Hauteravian van centraal Niger. Hij was 21,3 m. lang en zijn heuphoogte bedroeg meer dan 4,5 meter. In zijn leven woog hij vermoedelijk meer dan 18.000 kg. "Jobar" is blijkbaar een creatuur van Tuareg legenden; de tweede naam refereerd aan een rotswand in de buurt van de vindplaats. Indien J. tiguidensis zou zijn gevonden in lagen uit de beginperiode van het Midden Jura dan zou deze dinosaurus een redelijk potentionele kandidaat zijn geweest  om de voorouder te zijn  van alle geavanceerde sauropoden, zoals het is verschijnt hij echter te laat in tijd.

De schedel van Jobaria is opgebouwd uit zeer fragile botten en heeft zeer grote openingen voor de neus en ogen, vermoedelijk beschikte dit dier over een zeer goed ontwikkeld reuk- en gehoorzintuig. De harsenpan is het meest robuste gedeelte van de schedel. De lepelvormige tanden vertonen overeenkomsten met die van de eerste sauropoden. Er is geen andere sauropode uit het Krijt bekend met lepelvormige tanden. Deze waren zeer goed aangepast om bladeren en takken van bomen te rukken.

De dorsale (rug) wervels van de jonge Jobaria  bezitten een simpele structuur. Er zijn geen depressies voor luchtzakken van de longen en de uitsteeksels boven op de wervels zijn simpele beenplaten. De nekwervels zijn relatief kort en er zijn er slechts 12. De bal-en-holte articulatie tussen de nekwervels stond de nek toe zowel zij- als opwaarts te bewegen. Luchtzakken langs de nek (verbonden met de longen) maakten de nek lichter.

 

Paul C. Sereno, Allison L. Beck, Didier B. Dutheil, Hans C. E. Larsson, Gabrielle H. Lyon, Bourahima Moussa, Rudyard W. Sadleir, Christian A. Sidor, David J. Varricchio, Gregory P. Wilson, and Jeffrey A. Wilson Science 286(5443): 1342-1347 [Nov 12 1999]