
Dinosaurussen van het Afrikaanse continent zijn bekend vanaf het Late Trias tot aan het einde van de Krijt periode. Afrika is door de geschiedenis heen geologisch vrij stabiel gebleven, en draaide en dreef slechts lichtelijk in noordelijke richting. Dit in contrast tot de aangrenzende continenten van Afrika die over grote afstanden bewogen, grote oceanische barrieres waren het gevolg tussen land dat eens een groot continent vormde. Kennis van de geografische veranderingen van Afrika en zijn buren door het Mesozoicum heen zijn van fundamenteel belang bij het verkrijgen van inzicht in de dinosauriers die op dit continent zijn gevonden. Vanaf het Late Trias tot aan het Vroege Krijt waren grote landmassas verenigd in het supercontinent Pangaea. Doordat het land niet was verdeeld in continenten konden dinosauriers en andere dieren zich min of meer vrijelijk verspreiden over geheel Pangaea, slechts gestuit door de verschillen in milieus en ecologie. De dinosaurussen fauna van het Late Trias tot aan het Vroege Krijt vertoont een zelfde beeld over de gehele globe omdat er slechts een continent was in plaats van meerdere die als gescheiden theaters van de evolutie optraden.
Vindplaatsen uit het Late Trias bevinden zich voornamelijk in zuidelijk Afrika (specifiek in Zuid-Afrika, Lesotho en Zimbabwe) en in mindere aantallen in noord Afrika (Marokko). Herbivore prosauropoden (Azendhosaurus, Blikanasaurus, Euskelosaurus en Melanorosaurus) zijn de best bekende Afrikaanse dinosauriers uit het Trias. Voetafdrukken en incomplete resten wijzen op de aanwezigheid van kleine theropoden en ornithischians.
De Trias/Jura grens wordt gekenmerkt door wereldwijde massa-uitstervingen maar deze grens is niet in detail bestudeerd in Afrika. Fossiele vindplaatsen uit het Vroege Jura, zijn evenals die van het Late Trias geconcentreerd in zuidelijk (Lesotho, Namibie, Zuid-Afrika en Zimbabwe) en noordelijk Afrika (Algerije en Marokko). Hoewel er uit het Vroege Jura ook fossiele voetsporen bekend zijn van het zuidelijk deel van Afrika zijn de meeste voetsporen van die tijd gevonden in het noordelijk deel van Afrika. Prosauropoden zijn in het VJ sterk vertegenwoordigt door Massospondylus in zuidelijk Afrika. Massospondylus en de ceratosaurier Syntarsus komen voor in het Noord Amerikaanse en Afrikaanse Vroege Jura. De Afrikaanse sauropoden worden in die tijd vertegenwoordigt door Vulcanodon, een primitieve genus welke is gevonden in Zimbabwe. Ornithopoden kenden een grote diversiteit door Abrictosaurus, Heterodontosaurus, Lanasaurus, Lesothosaurus en Lycorhinus.
De fossiele registratie van het Afrikaanse Midden Jura is matig vertegenwoordigd en even matig bestudeerd. Grote sauropoden vaak gerefereerd aan Cetiosaurus zijn bekend van Marokko en Algerije.
Er zijn maar weining registraties bekend van het Late Jura. Theropode, sauropode en ornithopode voetafdrukken zijn geraporteerd van Marokko en Niger. De meeste fossiele resten van het Afrikaanse Late Jura zijn bekend van Tendaguru in Tanzania. deze fossiele vindplaatsen werden tot aan de Eerste Wereldoorlog onderzocht door Duitsers, daarna door de Britten. De meeste fossiele resten van Tendaguru behoren toe aan grote sauropoden zoals Barosaurus, Brachiosaurus, Dicraeosaurus en Janenschia, maar ook de ornithomimosaurier Elaphrosaurus is hier gevonden. Verder zijn de ornithopod Dryosaurus en de stegosaurier Kentrosaurus gevonden in de Tendaguru. De fossiele vondsten van de Tendaguru tonen veel overeenkomsten met die van de Morrison Formatie in Noord Amerika.
De fossiele vindplaatsen in het Afrikaanse Krijt zijn meer verspreid over het continent. Gedurende het Vroege Krijt bleef Afrika verbonden met Zuid Amerika. Tegen het einde van het Vroege Krijt en tijdens het begin van het Late krijt dreven Afrika en Zuid Amerika uit elkaar waardoor de zuidelijke Atlantische oceaan ontstond. Dit was een belangrijke gebeurtenis omdat deze oceaan van grote invloed was op het klimaat. Naast de ecologische veranderingen vormde de groeiende zuidelijke Atlantische oceaan een zich verruimende barriere waardoor overeenkomsten tussen Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse faunas vanaf die tijd een eigen ontwikkeling doormaakten. De meeste Afrikaanse vindplaatsen uit Vroege Krijt hebben fragmentarische fossieleresten aan het licht gebracht van theropoden en sauropoden. Meer definieerbare vondsten zijn die van de tetanuran Afrovenator in Niger de primitieve titanosauride Malawisaurus in Malawi, de ornithopode Ouranosaurus in Niger en de stegosaurus Paranthodon en een hypsylophodontid in Zuid-Afrika.
Van het Afrikaanse Late Krijt zijn de coelurosaurier Deltadromeus, de tetanuran Spinosaurus en de allosauride Carcharodontosaurus, alle van noordelijk Afrika bekend, daarnaast is in het zuidelijk deel van Afrika de ornithopode Kangnasaurus gevonden. Veel veldwerk in Krijt locaties zal nog moeten worden gedaan om een beter inzicht te verkrijgen van de dinofauna van het Afrikaanse continent gedurende deze periode. In de huidige geografische plaatsbepaling is Afrika niet verbonden met het Midden-Oosten, tijdens het Mesozoicum was dat niet het geval, derhalve dienen de ondefinieerbare sauropode restanten van Jemen en de Israelische Late Krijt theropode voetsporen als Afrikaans worden beschouwd. Ook de Croatische fragmentarische beendervondsten en voetsporen liggen nu op land dat vermoedelijk in het Mesozoisum verbonden is geweest aan Afrika. Croatie was in die tijd mogelijk een microplaat die tijdens het Mesozoicum afdreef in noordelijke richting totdat het in verbinding kwam met het huidige Europa.
Madagaskar heeft vanaf de tweede helft van het Mesozoisum een eigen historie los van die van Afrika. Bothriospondylus en Lapparentosaurus, (beide sauropoden) stammen uit het Jura. Deze vondsten zijn bijzonder belangrijk omdat Madagaskar ongeveer 160 tot 150 miljoen jaar geleden wegdreef van Afrika, vermoedelijk behoorden zij tot de laatste dinosauriers die hun weg naar Madagaskar vonden via Afrika.
Alhoewel gescheiden van Afrika in het Jura en Vroege Krijt bleef het verbonden met India en door India met de landmassas die nu bekend zijn als Antarctica en Australie, en via Antarctica met Zuid Amerika. In het Vroege Krijt scheiden Madagaskar en India zich af van Australie en Antarctica en in het Late Krijt dreven India en Madagaskar verder uiteen tot de plek die ze nu innemen.
Deze geografische veranderingen zijn belangrijk omdat het betekent dat de biogeografische verwantschap van dinosauriers van het Late Krijt van Madagaskar mogelijk ergens anders hun bron hebben dan in Afrika. Recentelijke vondsten van het Late Krijt van Madagaskar heeft onze kennis van de geschiedenis van dit eiland sterk verbeterd. Theropoden zijn het best vertegenwoordigt door de abelisaurid Majungasaurus. Sauropoden zijn het best vetegenwoordigd door afstammelingen van een titanosaurid die in vroegere werken was beschreven als Titanosaurus een genus die voor het eerst werd gevonden in India.
Het gevolg van de biogeografische implicaties is onder meer dat de fossiele resten van de titanosauriden van Madagaskar voor het eerst melding maakten van gedocumenteerde beschermende huidplaten bij sauropoden. Van belang is ook dat op fossiele vindplaatsen van dinosauriers ook vogels zijn gevonden. Eerdere vondsten wezen op de aanwezigheid van een pachycephalosauride, Majungatholus, maar dit bleek later een abelisauride te zijn.