CAUDIPTERYX

Dr. Philip Currie van het Royal Tyrell Museum of Paleontology in Drumheller, Alberta, en Dr. Mark Norell van het American Museum of Natural History in New York, in samenwerking met Dr. Ji Qiang en Dr. Ji Shuan van het National Geological Museum in Beijing gaven een persconferentie aangaande het artikel in Nature waarin Protachaeopteryx [een skelet en niet te reconstrueren schedel] en Caudipteryx [twee skeletten waarvan een redelijk goed en de ander uitstekend bewaard met een goed bewaard gebleven schedel]. De fossielen van deze dieren werden gevonden in de Liaoning Provincie in het noordwesten van China.

Volgens de beschrijvers representeren deze fossielen een stage in de evolutie van op de grond levende tweevoetige gevederde dinosauriers tot moderne vogels.

Beide zijn opmerkelijke geavanceerde vogelachtige theropode dinosauriers, die meer vogelachtige kenmerken bezitten dan bijvoorbeeld Sinosauropteryx prima. Beide dieren bezitten smalle, korte schedels en in vergelijking tot Archaeopteryx kleine staarten terwijl het aantal wervels niet lager is. Caudipteryx in het bijzonder vertoont duidelijke overeenkomsten inclusief overeenkomsten van de schedel met de familie oviraptorosauriers maar toont ook vele verschillen. De achterpoten zijn extreem lang in beide dieren wat kan duiden op een snelle ren. Beide dieren hebben dezelfde lengte als die van een kalkoen.

Feduccia en Martin beweren [incorrect] echter dat deze dieren vogels waren en geen dinosauriers. Er zijn bij deze dieren geen vogelachtige skelet eigenschappen gevonden maar wel veel eigenschappen van dinosauriers zo is de quadratojugal in contact met de squamosal. De coracoid is kort en breed het ilium diep and subrechthoekig. Aan het einde van het ischium bevindt zich geen uitstulping . De fibula reikt tot het calcaneum, welke niet verbonden is met de astragalus en de metatarsals zijn niet verbonden.

De veren zijn de reden waarom Martin en Feduccia deze dieren zien als vogels. Beide dieren bezaten lange volledige vogalachtige veren welke zich verspreiden vanaf de laatste staart wervels. In Caudipteryx bezitten ook de handen lange veren terwijl beide dieren de Synosauropteryxachtige stoppelige veren bezitten op hen verdere lichaam. Psittacosaurus die in het zelfde sediment is gevonden bezat een schubachtige huid zonder veren.

Dr. Kevin Padian, als paleontoloog aan de University of California in Berkeley, zei dat deze vondsten de laatste redelijke twijfels aangaande de evoluite van vogels vanuit kleine carnivore dinosauriers [coelurosauriers] nu zijn weggenomen.

Dr. Hans-Dieter Sues, als paleontoloog verbonden aan het Royal Ontario Museum, in Toronto, zei dat de critici geen physisch bewijs hadden ter ondersteuning van hun argumenten. Volgen Sues zijn dinosauriers anatomisch geschikt om de voorouders van de moderne vogels te zijn.

De vraag is nu hoe ver terug de veren zich ontwikkelden bij theropode dinosauriers. Veren zijn niet langer een specifieke vogeleigenschap of zoals Padian zei"de meeste specifieke eigenschappen welke worden gebruikt om de groep Aves te definieren zijn nu gevonden in dinosauriers. Het is nu duidelijk dat de borstelveren zich ontwikkelden om dienst te doen als warmte isolatie, deze dieren waren dus duidelijk niet ectothermisch.
De armen van Caudipteryx zijn relatief kort, veel te kort om te kunnen vliegen. de primaire veren zijn asymetrich een eigenschap die niet erg aerodynamisch is. Beide vormen waren dus waarschijnlijk niet in staat te vliegen. De beschrijvers plaatsen deze theropoden minder dicht bij moderne vogels dan Archaeopteryx en voor het werkelijke onstaan van vliegvermogen.

bronnen: Nature, CNN