Endo- of ectothermisch dat is de vraag
Waren dinosauriers koudbloedige dieren die afhankelijk waren van externe warmte om actief te zijn of konden zij actief blijven ongeacht de temperatuur rondom hen door zelf hun lichaamstemperatuur te regelen? Al lange tijd wordt er gedebateerd over de vraag of dinosauriers nu ectotermisch waren zoals moderne hagedissen of endotermisch zoals vogels en zoogdieren.
Endotermisch of ectotermisch schijnt heden ten dage de vervanger te zijn van het to be or not to be. De vraag endo- of ectotermisch is van grote invloed op onze pogingen inzicht te verkrijgen in de leefwijze van de dinosauriers.
Ruben et al van de Oregon State University in Corvallis [VS] hebben gebruikt gemaakt van een zogenaamde CAT-scan bij onderzoek naar de luchtwegen van dinosauriers. Zij concludeerden dat verschillende dinosaurier groepen waaronder een lid van de tyrannosauriden relatief smalle nasale passages bezaten die weinig ruimte vrijlieten voor krullen- en tolvormende structuren waardoor zogenoemde ademhalings-turbinatie wordt veroorzaakt.
Moderne zoogdieren maken hiervan gebruik om binnengehaalde lucht te verwarmen en terwijl bij het uitademen de neusgaten worden bevochtigd. Deze werkwijze is van essentieel belang bij dieren waarvan het ademhalings-ritme hoog is zoals het geval is bij endotherme dieren. Een en ander impliceert dat dinosauriers een laag ademhalings-ritme bezaten en zodoende niet voldoende zuurstof binnenkregen om het hoge metabolische gehalte te verkrijgen dat nodig is voor een leven als een endothermisch dier.
Het Oregon-team onderzocht ook de longstructuur van Sinosauropteryx, de gefossiliseerde zachte weefsels hielpen het team bij hun conclusie dat Sinosauropteryx een relatief simpele krokodilachtige longstructuur bezat waardoor het dier niet in staat zou kunnen zijn geweest te voldoen aan de benodigde hoeveelheid gasuitwisseling welke nodig is voor een leven als een endotherm.
Volgens Ruben is het niet noodzakelijk dat zij de zelfde zuurstof comsumptie of activiteit bezaten als moderne hagedissen. "Zij kunner er iets tussenin hebben gehad. Maar dit bewijs schijnt de mogelijkheid van een endothermisch bestaan van dinosauriers uit te sluiten" " zei Ruben.
Ruben stelt wel dat dit onderzoek niet perse de conclusie met zich meedraagt dat dinosauriers trage dieren waren. Tenslotte leefden dinosauriers in een tijd waarin de globale temperatuur veel hoger was dan die van nu, en hun formaat was volgens hem ook van invloed op het behouden van een constante lichaamstemperatuur.
Hij denkt dat als dinosauriers gereconstueerd worden aan de hand van de gegevens van de moderne en uiterst actieve ectothermische Komodo hagedis de conclusie zou zijn dat dinosauriers een zeer actief en gevaarlijk zoogdierachtig gedrag zouden hebben vertoond
Opgemerkt dient te worden dat Ruben schijbaar hoge maatstaven gebruikt voor onderzoek maar dan vooral bij anderen en niet voor zijn eigen werk. Het onderzoek naar de gefossiliseerde zachte weefsels van Sinosauropteryx is gebaseerd op fotos van deze dinosaurier die veelal van inferieure kwaliteit waren. Het team heeft de fossiele resten van Synosauropteyx nooit met eigen ogen aanschouwd. Het gevaar van mis-intepretatie van een twee-dimensionale foto van een twee-demensionaal fossiel dat eens een drie-demensionaal dier was is uitermate groot.
Ruben heeft in het verleden meerdere foutieve stellingen gedeponeerd. Zo stelde hij in 1991 dat Archaeopteryx geen pneumatische wervels bezat terwijl dat wel zo bleek te zijn. En in 1995 stelde hij dat Troodons groeisnelheid gelijk was aan die van alligatoren terwijl nog nooit is vastgesteld dat alligatoren binnen 3 tot 5 jaar uitgroeiden tot een gewicht van 50 kilo terwijl dat bij dinosauriers duidelijk wel het geval was.
Hij stelde ook dat groeisnelheid diende te worden vergeleken met gebruikmaking ven het bereiken van sexuele volwassenheid terwijl feitelijk alleen de groei bij onvolwassen dieren kan worden gemeten en sexuele volwassenheid over het algemeen niet kan worden vastgesteld bij fossielen.
De "Oregon Group" heeft herhaaldelijk een tekening gepubliceerd die een smalle neus-luchtweg toonde in Dromaeosaurus terwijl de schedel te onvolledig was om deze luchtweg te reconstrueren terwijl meer complete dromaeosaurier schedels een veel bredere luchtweg laten zien.
Ruben kennis van metaboliek is uitermete groot maar de schakel tussen levende systemen en fossielen schijnt hij niet te kunnen omzetten. Dit blijkt uit zijn neiging tot het gebruik van achterhaalde bronnen zoals een kwart eeuw oude skelet tekeningen van dromaeosauriden.
Er zou derhalve mogen worden aangenomen dat wat de "Oregon state group" zegt aangaande fossielen en zeker aangaande bijkomende zaken waarschijnlijk foutief is tot dat anders wordt bewezen.
bron New Scientist 18 april 1998 / G.S. Paul