5 april 2003
In het blad Nature wordt melding gemaakt van kannibalisme onder theropode dinosaurussen en wel Majungatholus. Het was natuurlijk al langer bekend dan sommige theropoden hun eigen soort opaten, de bekendste is waarschijnlijk wel Coelophysis. Ditmaal is het bewijs geleverd door middel van tandafdrukken op verscheidene beenderen die gevonden zijn op het eiland Madagaskar voor de kust van Afrika. Natuurlijk is ook gekeken of die tandafdrukken niet ook door andere dieren gemaakt konden zijn maar het blijkt dat Majungatholus de enige kandidaat is om de tandafdrukken op de beenderen te hebben achtergelaten. Masiakasaurus was te klein, en verscheidene krokodillensoorten bleken een geheel ander tandpatroon te hebben. Nee, de afdrukken en ook de zaagranden en positie van de tanden kwamen precies overeen met de kaken van Majungatholus zelf. Dus deze 9 meter lange dinosaurus jaagde niet alleen op sauropoden maar at ook zijn eigen soortgenoten op. Of hij ook op soortgenoten jaagde is niet bekend, het kan zijn dat Majungatholus als hij een andere (al dode) Majungatholus tegen kwam deze niet zomaar voorbij liep maar er zijn geen bewijzen gevonden dat hij ze ook daadwerkelijk doodde. Als er op beenderen van Majungatholus tandafdrukken worden gevonden die weer geheeld zijn, weten we dat ze tenminste met elkaar vochten maar de tot nu toe gevonden beenderen met afdrukken laten geen heling zien en zijn dus tijdens of na de dood van het dier gemaakt.
Paleontologen denken dat kannibalisme onder dinosaurussen veel voorkwam maar harde bewijzen daarvoor zijn schaars omdat fossielen natuurlijk maar een heel klein beetje van het verleden prijsgeven. Ook moderne dieren gaan soms over tot kannibalisme, bijvoorbeeld leeuwen, vossen en komodo varanen.
Dat dinosaurussen soms hun eigen soortgenoten opaten is volgens Raymond Rogers niet zo vreemd als je bedenkt dat het tegenwoordig onder reptielen, zoogdieren, vogels en zelfs insecten voorkomt. Het is veel interessanter te weten waarom ze dit deden. Madagaskar had tijdens het Late Krijt een seizoensgebonden dor en droog klimaat, ongeveer zoals tegenwoordig. Er waren tijden van overstromingen maar ook tijden van aanhoudende droogte waarin de dieren genoodzaakt waren om zich in de buurt van de weinig overgebleven waterplaatsten op te houden. Er waren voor Majungatholus tijden van overvloed maar zeker ook van schaarste die aanleiding geweest kunnen zijn om dit gedrag (kannibalisme) te vertonen.
De meeste fossielen werden gevonden in zogenaamde "bonebeds" waarin vele diersoorten te vinden waren zoals kikkers, schildpadden en sauropoden zoals Titanosaurus die ook op het menu van Majungatholus stond. Deze vindplaatsten duiden volgens Raymond Rogers op een soort oase waar de dieren zich verzamelden bij het laatste beetje water en in een strijd op leven en dood waren verwikkeld, met de natuur maar ook met elkaar. Zo'n omgeving kan een dier dat normaal geen kannibaal gedrag vertoont toch hiertoe aanzetten, gewoon om te overleven. Dat kan ook de vele tandafdrukken verklaren die gevonden zijn op de beenderen omdat Majungatholus hongerig was en elk stukje vlees kon gebruiken om te overleven.
Bron: Nature, National Geografic