Nicholas Hotton III

"Een passend voor portret van het afgelopen millennium"

Aan het begin van het nieuwe millennium kijken velen terug op het voorgaande en herrinneren zich de grootste gebeurtenissen van de afgelopen duizend jaar. Het zelfde geldt voor de paleontologie, een wetenschap die zijn oorsprong vond in het afgelopen millennium. De meer dan 300 jaar oude historie van de deze wetenschap heeft meerdere onderzoekers van fossielen de status van fossielen icoon opgeleverd. De namen Cuvier Mantell, Buckland, en Brown komen in mij op. De theorien en ontdekkingen van deze onderzoekers zullen de komende eeuwen nog steeds gelezen worden, en zij zullen nog vele millennia worden bewonderd.

Afgelopen december heeft de paleontologie tragisch genoeg afscheid moeten nemen van een van deze icoonen, Dr.Nicholas Hotton III. Ondanks het feit dat hij vooral zal voortleven in onze herrinneringen voor zijn baanbrekende werk aangaande het metabolisme van dinosauriers hebben zijn studies van prehistorische reptielen vele nieuwe inzichten opgeleverd in de nooit eindigende queste om meer inzicht te verkrijgen in het vroege leven.

Nick Hotton kwam op jonge leeftijd in aanraking met de paleontologie gedurende de wereld tentoonstelling van 1934 in Cicago, waar hij de kans kreeg om een serie gemechaniseerde modellen van dinosauriers te aanschouwen. De liefde die hij tijdens deze tentoonstelling tegenkwan bleef sluimeren totdat hij zijn huis in Michigan verliet en ging studeren in LaSalle in de staat Illinois. Vreemd genoeg, als een persoonlijke opmerking, ligt deze plaats slechts korte afstand van mijn eigen huis in Ottawa, Illinois, ik ontdekte dit pas gedurende mijn telefonische interview met Dr. Hotton. Plotseling voelde ik me enigzins met hem verbonden, anderen vertelden mij het zelfde.

Na zij studie aan het LaSalle County Community College ging Hotton studeren aan de Universiteit van Chicago waar hij zijn Bachelors graad in geologie behaalde en een doctoraal in in peleozoologie. Daarna kreeg hij zijn eerste baan in de paleontologie aan de Universiteit van Kansas waar hij gedurende acht jaar menselijke anatomie doceerde aan hun medische school, van 1951 tot 1959.

In 1959 maakte Hotton beargumentabel de grootste sprong in zijn carriere toen hij een baan kreeg bij het Nationale Museum van Natuurlijke Historie als curator van gewervelde paleontologie voor het Smithsonian instituut waar hij tot aan zijn dood zou blijven.

Hotton beschouwde amphibien en reptielen als zijn specialiteit en gedurende de vele jaren dat hij actief was in de paleontolgie droeg hij veel bij aan onze huidige denkwijze over de vroege evolutie van de tetrapoden. Als voorbeeld noem ik zijn herbenoeming van het Zuid Afrikaanse reptiel Kombuisia. Gedurende het proces van de ontdekking geloofden vele van zijn collega wetenschappers dat Kombuisia feitelijk aan amphibie was, maar zoals Hotton met zijn eigen woorden zij, "ik schoot ze neer". Hij bekeek het fossiel opnieuw en beschreef het als een reptiel.

Hotton was in de zomers veelal betrokken in vele paleontologische expedities over de gehele wereld, zo ook in de hemel voor reptielen en zoogdieren liefhebbers, Zuid Afrika, en de fossiel rijke staat Texas.

In die staat beleefde hij een van de grootste momenten uit zijn paleontologische carriere. Hij beschreef een hete zomer, in een jaar waarin opmerkelijk veel coyotes werden waargenomen waarin hij een verbazingwekkend goed gepreserveerde schedel ontdekte. "Ik was daar helemaal alleen, en plotseling zie je die twinkeling op de grond en het blijkt een schedel te zijn. Dat is een groots moment, een heerlijk gevoel te beseffen dat iets zo oud is en nog nooit eerder door een mensenoog is waargenomen."

Hotton herinnerde zich nog een ander belangrijk paleo moment dat hij ook in Texas meemaakte. Hij beschreef het eveneens als een hete zomer, waarbij zijn peleontologische idool deelnam aan zijn laatste expeditie gedurende zijn lange carriere. "Arnie Lewis besloot nog een trip te maken en hij vond toen een verbazingwekkend fossiel. Hij kwam triomfantelijk en opgewonden de heuvel op met een schedel in zij   handen, om Arnie opgewonden te krijgen moest er heel wat gebeuren." Zo vertelde Hotton mij. "Texas was een erg unieke plaats" vervolgde hij en hij vertelde verder dat hij veel van deze staat hield.

Alhoewel hij door de jaren heen veel amphibien en reptielen benoemd en bestudeerd heeft, zal Dr.Hotton waarschijnlijk toch vooral worden herrinnerd door zijn werk aangaande endothermie bij dinosauriers. Aan het einde van de jaren '60 was het de jonge paleontologie student Robert Bakker van de Yale universiteit die met een opmerkelijke hypothese voor de dag kwam door te suggereren dat sommige dinosauriers warmbloedig konden zijn geweest, deze hypothese stond lijnrecht tegenover de toen geldende gedachte dat de dinosauriers koudbloedige reptielen waren. Zijn bewering was de bron voor een jarenlang durende discussie tussen voor- en tegenstanders van dit onderwerp.

Gedurende een conferentie van paleontologen in de vroege jaren '80 speelde Nicholas Hotton een cruciale rol in deze discussie, en zijn bevindingen worden tot op de dag van vandaag beschouwd als belangrijke criteria in het voortdurende debat aangaande de endothermie en migratie van dinosauriers.

Paleontologen uit alle windstreken hielden gedurende deze conferentie lange nooit eerder vertoonde debatten aangaande endothernie bij dinosauriers. Iedere hypothese die werd voorgedragen werd aangevallen door een contra-hypothese, en iedere contra-hypothese werd afgewezen door de pro en contra endothermie aanhangers. In feite werden er twee grote groepen geformeerd van voor- en tegenstanders. Maar. Dr. Hotton's aankondiging was een van de eersten die niet boog naar deze of gene zijde. Hij nam de feiten die door beide groepen werden aangedragen in overweging en verklaarde endothermie bij dinosauriers op een wijze zoals dat nog nooit was gebeurd.

In het boek "A Cold Look at the Warm Blooded Dinosaurs," dat hij mede tot stand bracht, suggereerde Hotton de mogelijkheid dat de migratie van dinosauriers hielp bij het instand houden van een constante en redelijke lichaamstemperatuur. In zijn artikel "An Alternative to Dinosaur Endothermy: The Happy Wanderers," "beargumenteerde Hutton dat "alle grote dinosauriers, herbivoren zowel als carnivoren, zwervers moesten zijn geweest om voldoende voedsel te bemachtigen om te overleven."
Deze hypothese word ondersteund door fossiele vondsten in afgelegen en koude gebieden zoals Alaska en Antarctica. Daarnaast tonen voetsporenseries zoals bestudeerd door Marytin Lockley aan dat dinosauriers migrerend gedrag vertoonden.

Don Lessemm schreef in 1992 in zijn boek "Dinosaurs Rediscovered", "Door langzaam en gestadig te bewegen, konden dinosauriers zichzelf verwarmen zonder warmbloedig te zijn. Door van noord naar zuid te trekken konden zij in een zelfde temperatuurs omgeving blijven, em zo weg te blijven van extreme climatologische omstandigheden die hun of zou overhitten en te ver zo afkoelen. Migratie van dinosauriers kan dus worden vergeleken met het zon-volgende gedrag van hagedissen, maar dan geschaald naar een gigantisch formaat."

Samenvattend suggereerde Hotton dat grote dinosauriers, door hun gigantische formaat in staat waren een constante lichaamstemperatuur te behouden. En dat sommige van hen een veilige en constante lichaamstemperatuur konden behouden door te migereren en zodoende extreme condities te vermijden die of te heet of te koud waren.

Hotton's contributies werkten ook door in de debatten van de dinosaurus-vogel evolutie en die van de plaattectoniek. Hij consulteerde de controversiele paleontoloog Sankar Chatterjee van de Texas Tech Universiteit om een nieuwe theorie te onthullen aangaande de plaattectoniek. de conventionele wijsheid verteld ons dat het sub-continent India gedurende een groot deel van het Mesozoicum een eiland was voordat het later tegen Azie botste waardoor de Hymalaya's ontstonden. Maar, na analyse van dinosaurier fossielen, creeerden Hotton en Chatterjee hun eigen theorie, waarover tot op de dag van vandaag nog stevig wordt gedebateerd.

Nu hun  analyses van Indiase, Afrikaanse en Asiatische dinosaurus fossielen, kwamen zij tot de conclusie dat deze onderling veel overeenkomsten vertoonden, hetgeen hen deed veronderstellen dat India verbonden moet zijn geweest met Afrika an Azie tijdens het grootste deel van het Mesozoicum. Maar geologen hebben bewijzen aangedragen die deze therorie tot op nu ontkrachten.

Na de periode waarin hij reptielen an amphibien bestudeerde concentreerde hij zich gedurende de jaren '80 geheel op zijn eerste liefde, de dinosauriers.

Gedurende de tijd van ons interview (ongeveer negem maande voor zijn dood) waren er net drie werken uitgebracht van zijn hand. Een van deze ging over de CAT scan van de schedel van Ophiacodon, een reptiel dat leefde in Texas en dat familie was van de bekende Dimetrodon, de tweede ging over een stel sporen in New Mexico en de de derde had een kikker als onderwerp.

De beschrijving van de kikker is daarvan de meest opmerkelijke van de drie. Voor zijn bestudering van deze kikker werd algemeen aangenomen dat kikkers ontstonden gedurende de Jura periode. Maar Hotton vertelde mij: "we hebben een specie in Texas dat afkomstig is uit het Permian. Het lijkt op een salamander, maar heeft de schedel van een kikke". Dit werk bewijst postum wederom dat conventionele wijsheid niet altijd juist is.

Helaas, was dit de laatste bijdrage aan de wetenschap van dr. Hotton gedurende zijn lange carriere. Begin december 1999 overleed hij vredig in zijn huis. Jarenlang kon niets hem tegenhouden te graven in het verleden, maar uiteindelijk bezweek hij op 84 jarige leeftijd ten gevolge van kanker. Op die koude decemberdag kwam een waarlijk grootse carriere tot een eind, een passend eerbetoon aan een groots wetenschapper, een passende laatste recollectie, een passend eerste portret in het nieuwe millennium.

**Steve Brusatte, uit Ottawa, Illinois, USA, heeft onderzoek gedaan naar beroemde paleontologen in de hoop dat hij de eerste teenager kan worden die over paleontologen een boek schrijft. Het boek richt zich voornamelijk op de contributies aan de moderne paleontologie. (inclusief amateurs, verzamelaars en kunstenaars). Een publicatie aanbod kan worden gezonden naar: Steve' emailadres brusatte@theramp.net of bezoek zijn site op url:
http://www.geocities.com/CapeCanaveral/Galaxy/8152