![]() |
Verleden maand keken we naar Karen Chin, 's werelds bekendste expert op het gebied van dinosaurus coprolieten, of gefossiliseerde poep. Daarvoor was David Weishampel aan de beurt, een erkend specialist op het gebied van de Europese dinosaurussen. Even verder terug in de tijd werd mijn portret van Robert Bakker, een hoog gewaardeerd specialist van het leven in de Jura periode, geplaatst. Deze maand introduceer ik 's werelds beste dinosaurussporen expert, Dr. Martin Lockley van de Universiteit van Colorado.
Sinds de begintijd van de paleontologie hebben geleerden verlangt naar bewijzen van "gefossiliseerd gedrag". Door bijvoorbeeld naar het Amerikaanse/Canadese westen of Argentinie te trekken kan men relatief snel en gemakkelijk sporen vinden van dinosaurusbotten. Maar deze botten kunnen ons niets vertellen over het sociale gedrag van de dinosaurussen of hoe ze jaagden of hun eieren uitbroeiden. Dat is aan de hand van dinosaurusbotten dan ook bijna onmogelijk. Maar, dinosporen kunnen wel veel vertellen over hun gedrag. Dinosaurusporen zijn gefossiliseerde getuigen van hun gedrag, en Martin Lockley heeft zijn carriere gewijd aan het bestuderen van deze voetsporen.
Zoals vaak bij paleontologen was Lockley's start niet hoogstaand. In zijn jeugd groeide hij op in South Wales en was in het geheel niet geintresseerd in dinosaurussen. Hij woonde daar in een natuurreservaat en werd constant omringd door dieren. Hij betrad de Queens Universiteit in Belfast, Noord Ierland, en het was daar waar hij door toedoen van een professor besmet raakte met het "verschrikkelijke virus". Vanaf dat moment was er geen weg terug voor hem. Na te zijn afgestudeerd aan de Birmingham Universiteit in Engeland ontving hij een positie als medeonderzoeker in Glasgow, Schotland. Lockley bleef daar vele jaren totdat hij in 1980 een baan als professor accepteerde aan de Universiteit van Colorado.
Als een jonge onderzoeker werkte hij aan Ordovician paleontologie in Wales, maar later begon hij zich geleidelijk aan steeds meer te richten op dinosaurusvoetsporen. (In het Engels "dinosaur tracks and traces" zoals de titel van een van zijn boeken luidt.) Zijn baan in het midden van het voorname sporen gebied heeft hem geholpen in zijn queeste om zoveel als mogelijk te leren van het sociale gedrag van dinosaurussen. En nu hij bijna 20 jaar sporen heeft bestudeerd en het gedrag dat deze aantonen, heeft Lockley een grote naam voor zichzelf veroverd in de wereld van de paleontologie.
Lockley herinnerd zich dat hij twee jaar nadat hij aankwam in Colorado, in 1982, echt geintresseerd raakte in dinosaurus sporen. "Ik was geintresseerd in alle aspecten van de studie van voetsporen, inclusief dinosaurussen en vogels," en "Meer recentelijk ben ik aan het werk met pterosaurussen, zoogdieren en zelfs Paleozoic voetsporen" Volgens Lockley geven deze sporen ons "inzicht in de evolutie van beweging." Maar omdat Dinosaurus.net een dinosaurussen site is zullen we ons hier focussen op de belangrijke bijdragen die hij heeft gemaakt voor de paleontologie der dinosaurussen.
Een van de meest gestelde vragen die Lockley moet beantwoorden betreft zijn studie van het tot nu toe enigste bekende Tyrannosaurus rex voetspoor. Dit spoor gevonden bij Chuck Pillmore in het westen van Amerika heeft veel inzicht gegeven in de locomotie en snelheid van T. rex. "Het (spoor) zei dat T. rex zich op dat moment vermoedelijk voortbewoog met een snelheid van ongeveer 9 tot 11 kilometer per uur, hij hield er stevig de pas in" verklaarde Lockley, de snelheid vergelijkend met een joggend persoon. "Het was meer dan wandelen.
Sommige paleontologen hebben gesuggereerd dat dit geïsoleerd spoor mogelijk een oplossing aanreikt voor het jager/aaseter debat. Maar volgens Lockley kan dat niet het geval zijn. "(In mijn opinie) het was T.rex vermoedelijk beide. Kijk naar de Komododraak Het kan zeer wel alles eten wat leeft maar eet ook van carcassen. Ongeacht zijn inzichten in dit debat, vindt Lockley dus dat dit een spoor niet voldoende bewijs levert voor enig verbeterd inzicht in dit debat. Tenslotte moeten we goed beseffen dat het een geïsoleerd spoor is, en de antwoorden die het kan geven zijn erg gelimiteerd.
Een andere veel gesteld vraag is of T. rex een sociaal dier was. Wederom zegt Lockley dat dit enkele kleine spoor geen antwoord kan geven op die vraag. Maar, gebaseerd op zijn kennis van biologie zegt hij, "in algemene zin, blijken grote dieren een gecompliceerder sociaal gedrag te vertonen dan kleinere, grotere levende zoogdieren (wolven enz.) leven vaker in groepen dan kleinere dieren. Ik denk dat T.rex waarschijnlijk een sociaal dier was vanwege zijn formaat."
Naast de moeilijk te beantwoorden vragen over het sociale leven van T.rex is er de vraag naar het sociale leven van sauropoden, een veel voorkomend dinosaurus type in het sporen dossier, en van andere type dinosaurussen. "De meeste grote herbivoren, speciaal dinosaurussen uit het Krijt, zoals hadrosaurussen en inguanodontiden lijken gebaseerd op sporen een sociaal leven te hebben geleid." vertelde Lockley mij. "Veel vindplaatsen met 5 tot 80 dieren tonen aan dat de dieren in een zelfde richting trokken" voegde hij er aan toe, wat een mogelijke kuddeleven suggereert.
Lockley terugkomend op zijn theorie van grote en kleine dieren. " Het is interessant om te zien dat grotere dieren een meer sociaal leven lijken te leiden dan kleinere. Kijk alleen maar naar de vogels. Spreeuwen bijvoorbeeld zijn kleine vogels en leven meestal op zich zelf. Grotere vogels zoals ganzen en kraanvogels leven in een groep. Hetzelfde geldt voor muizen en buffels. Ik weet de reden hiervoor nog niet, sommigen beweren dat zijn in een groep leven ter bescherming voor jagers, maar ik ben daarvan niet overtuigd. Misschien is het gewoon een kronkel van de natuur."
Een van de meest in de belangstelling staande onderwerpen van de paleontologie is de mogelijke dinosaurus migratie. Sinds de ontdekking van dinosaurussen in de poolgebieden, onder andere in Alaska, Australië en Antarctica, hebben sommige geleerden gesuggereerd dat sommigen dinosaurus soorten seizoens migratie kenden van de koudere poolstreken naar de warmere gebieden. Lockley citerend, "vermoedelijk migreerden de grotere soorten. Deze (grote dinosaurussen) waren verspreid over grote gebieden. Kijk naar de Morisson Formatie (in Colorado.) Over een groot gebied vind je min of meer dezelfde dieren. Het lijkt erop dat dinosaurussen rondtrokken, en het lijkt er ook op dat hetzelfde zich voordeed in de Antarctische cirkel (en Alaska.)"
Lockley meent ook dat het formaat van dieren een rol speelde in de migratie patronen. "Kleine dieren verplaatsen zich niet veel. Een muis kan na zijn geboorte de rest van zijn leven doorbrengen in een gebied ter grote van 12 vierkante meter" becommentarieerd hij. "De middelgrote dieren, zoals gazelle's trekken rond maar keren terug naar een afgebakend leefgebied, deze dieren trekken 50 kilometer weg maar komen telkens terug naar hetzelfde gebied. De grotere dieren zoals buffels migreren over duizenden kilometers." Maar er zijn uitzonderingen, bekend hij, de meest belangrijke uitzondering vormen de vogels. Veel vogelsoorten, inclusief zeer kleine soorten kennen een jaarlijkse seizoensmigratie.
Claims voor een "sociale hiërarchie" zijn een synoniem geworden met Lockley's vondsten aangaande kuddevorming en migratie. Is het mogelijk dat dinosaurus kuddes een soort "leider" hadden? Is het mogelijk dat kuddes op een bepaalde manier weden gevormd, met de mannelijke dieren aan de buiten kant en de vrouwelijke en jongen beschermd in het midden, als mogelijke bescherming tegen carnivoren? "Leuk idee, maar ik denk niet dat voetsporen dat kunnen aantonen" zei Lockley. "Er zijn zaken (zoals hiërarchie) die kunnen worden geobserveerd bij levende dieren, maar daarvan sporenbewijs vinden is een andere zaak. We moeten voorzichtig zijn met bewering dat voetsporen aantonen die jongen werden beschermd. Bakker, bracht dit idee naar voren omdat dit gedrag zichtbaar is bij Afrikaanse olifanten. Hij redeneert dat dit gedrag zich mogelijk ook voordeed bij sauropoden, maar voetspoor bewijs is daarvoor nog niet gevonden. Het is een leuk idee, mogelijk waar, maar het is een kwestie van raden."
Gedurende dit interview met Lockley afgelopen zomer deponeerde in een interessante vraag: welke dinosaurus sporen waren het meest/minst voorkomend en waarom? Lockley gaf een al even interessant antwoord. "De groep die het zeldzaamst is in het fossiele sporen record zijn de stegosauriden, waarvan er slechts 1 of 2 gevonden zijn. Een mogelijke verklaring is dat sommige van deze dieren drogere gebieden prefereerden en er niet van hielden om in modderige omgevingen rond te lopen." Met betrekking tot de meest voorkomende zei Lockley: "Het meest voorkomende type in de Jura periode is die van carnivore dinosaurussen. Die komen zoveel voor dat niemand zelfs de moeite heeft genomen om te tellen in hoeveel formaties zij voorkomen. Ze zijn veel vaker voorkomend dan sporen van sauropoden."
Lockley zei ook dat sommige sporen moeilijk te vinden zijn vanwege hun formaat. "Vergeleken met een groot T.rex spoor lijkt het spoor van een zoogdier op een graankorrel in het zand! Van sommige diergroepen zijn de sporen moeilijk te traceren omdat hun sporen juist erg klein zijn. Zoogdier sporen bijvoorbeeld, en hetzelfde geldt voor vogels" Het is interessant te weten dat het grootste spoor dat Lockley gevonden heeft toebehoorde aan een "Brontosaurus" en bijna een meter lang was. Zijn kleinste vondst was van een carnivore dinosaurus en was maar een paar centimeter groot wat wederom bewijst dat het formaat van sporen een grote rol spelt in hun ontdekking!
Zoals je kunt lezen uit sommige van zijn theorieën en overtuigingen heeft Martin Lockley een revolutie ontketend in de paleontologie. De nieuwe kijk op het sociale leven bij dinosaurussen wordt voor een groot deel onderschreven door zijn onderzoekingen. En denk maar niet dat hij het wat kalmer aan gaat doen. Momenteel bestudeert Lockley een Boliviaanse sporenstelsel (Zie het artikel "Dinosporen in de Andes" op deze site.) De sociale patronen, hiërarchie, kuddegedrag, migratie en zelfs de snelheid waarmee dinosauriërs zich voorbewogen zijn vastgesteld door Lockley. Er werd ooit beweerd dat gedrag niet kan fossiliseren. Afgaande op het vele werk van Martin Lockley, is deze bewering duidelijk onjuist.
**Steve Brusatte, uit Ottawa, Illinois, USA, heeft onderzoek gedaan naar beroemde paleontologen in de hoop dat hij de eerste teenager kan worden die over paleontologen een boek schrijft. Het boek richt zich voornamelijk op de contributies aan de moderne paleontologie. (inclusief amateurs, verzamelaars en kunstenaars). Een publicatie aanbod kan worden gezonden naar: Steve' emailadres brusatte@theramp.net of bezoek zijn site op url: