
Dino Data is een Nederlandse site, en daarbij ook nog een hele mooie, de laatste maanden heb ik daarop vier portretten gepubliceerd van Amerikaanse paleontologen. Natuurlijk, Robert Bakker en Paul Sereno zijn ook in Nederland bekend, maar het is de hoogste tijd om nu eens iets te schrijven over een Nederlandse paleontoloog. Of moet ik zeggen een "wereldberoemde Nederlandse paleontoloog?".
Ook indien je geen inwoner bent van Nederland zul je de naam Jan Smit waarschijnlijk wel herkennen. Je kan je misschien herinneren hoe hij maar net de race verloor van Walter Alvarez in het publiceren van de theorie dat dinosauriërs door de gevolgen van een komeet inslag zijn uitgestorven. Of je kunt je herinneren hoe hij in Belize het bewijs opgroef dat deze theorie opnieuw definieerde. Ongeacht je wetenschappelijke specialiteit is Jan Smit een naam die je dus waarschijnlijk wel herkent.
Maar Smit die dus maar net te laat was met het publiceren van zijn theorie heeft meer gedaan, misschien wel meer dan alle anderen om de beroemde Alvarez theorie te herdefiniëren en te bewijzen. Bijna alle dinosaurus liefhebbers weten dat Alvarez en zijn Nobel prijs winnende vader Luis Alvarez in het beroemde magazine Science van 1980 een artikel publiceerden getiteld: "Buitenaardse oorzaak voor de Krijt-Tertiair uitsterving". Voorafgaand aan hun publicatie onderzocht de Alvarez familie vele zomers de schitterende dagzomen nabij Gubbio in Italië. Walter Alvarez publiceerde aanvankelijk over paleomagnetisch materiaal in deze dagzomers, maar werd zich bewust van de fantastisch behouden kleibedding op de tijdsgrens van het K-T. Hij gebruikte de daaruit gewonnen gegevens om de nu welhaast algemeen geaccepteerde theorie te bewijzen dat een meteoor of komeet 65 miljoen jaar geleden met de aarde in botsing kwam en de oorzaak was van het uitsterven van de dinosauriërs.
Toen deze theorie voor het eerst werd gepubliceerd vroegen vele collega paleontologen zich af waar zich dan de krater zou bevinden die bij een inslag zou moeten zijn ontstaan. Voor zeker weten we allemaal dat meteoren en kometen kraters veroorzaken wanneer zij in botsing komen met de aarde. Verschillende van die kraters zijn nog steeds zichtbaar op het aardoppervlak, inclusief een paar heel beroemde. Kraters in Arizona, Canada en Europa trekken jaar op jaar veel publiek, maar geen van deze kraters was gedateerd op 65 miljoen jaar geleden, de tijd van de K-T-uitsterving.
Waar precies bevond zich dan deze krater. Luis Alvarez scheen het niet veel uit te maken. Walter Alvarez leidde geen zoektocht naar deze "hypothetische" krater. Maar Jan Smit deed beide. Hij voelde zich verantwoordelijk, en nam dat gevoel mee naar het grote paleontologische schouwtoneel waar hij een voorname rol speelde in het vinden van de krater die was ontstaan als een direct resultaat van de beruchte K-T inslag.
Tot aan Smits tijd dachten veel paleontologen en geologen dat zij wisten waar de inslag plaatsvond - in de zee. "Dat is de reden waarom wij de krater niet kunnen vinden, zo verklaarden zij, omdat de meteoor of komeet in het water terechtkwam." Velen geloofden deze aanneming, maar anderen wilden meer informatie. "Als de meteoor of komeet in het water terechtkwam, zou het dan geen enorme vloedgolf hebben veroorzaakt? Zouden we niet in staat moeten zijn om bewijs te vinden van het bestaan van zon vloedgolf?" Jan Smit was een van deze wetenschappers.
In het begin van de tachtigerjaren werkte paleontoloog Thor Hansen uit Washington in een gebied vlakbij de Brazos Rivier in midden Texas. Deze rivier is niet gedecoreerd door veel dagzomen, maar loopt door een zanderig bed. Hansen stelde vast dat het bed uit de K-T periode stamde, maar verrassend genoeg deed deze vondst niet veel stof opwaaien in de wereld van de paleontologie. Maar een wetenschapper die enthousiast werd was Jan Smit, die een vreemd voorgevoel had. Dit voorgevoel vertelde hem dat dit Brazos Rivier bed de sleutel vormde naar de mysteries die de locatie van de inslag verhulden.
Smit reisde eveneens in het begin van de jaren tachtig eerst naar dit Brazos Rivier bed en zag onmiddellijk het belang er van in. In een publicatie uit 1985 bevestigde Smit samen met coauteur Ted Romein het belang van dit bed. "Dit kan het eerste bewijs zijn van een door een inslag (?vloedgolf ) beroert sediment." Nadat Smit zijn bevindingen had gepubliceerd volgde paleontologe Judy Bourgeois van de Universiteit van Washington zijn leidraad en reisde naar deze rivier om de inslagafzettingen te bestuderen. Voor haar was het duidelijk dat alleen een zeer grote vloedgolf deze afzetting zou kunnen hebben veroorzaakt.
In 1988 kwam de Canadese wetenschapper Alan Hildebrand tot de conclusie dat de Brazos Rivier vloedgolf de sleutel vormde in het lokaliseren van de onvindbare krater. Waarom dan wel, vraag je jezelf af? Volgens Walter Alvarezs boek over de massa-uitsterving, "T.rex and the Crater of Doom," wist hij dat de vloedgolf alleen vanuit het zuiden van Texas kon zijn gekomen, omdat dat 65 miljoen jaar geleden de richting was naar diep water, net zoals dat nu het geval is. Hij berekende dat de plaats van de inslag niet ver af kon liggen van Texas, omdat de Golf van Mexico een omsloten waterlichaam is, beschermd tegen een mogelijke vloedgolf van grotere afstand. Dit was de reden dat hij zijn aandacht focuste op de Golf van Mexico en het Caribische gebied.
Tegen de tijd dat Hildebrand zijn queeste begon bedacht Walter Alvarez een nieuwe wijze om te bewijzen dat de inslag in of nabij de Golf plaats gevonden had. "Om een bepaalde reden, was ik nooit bijzonder onder de indruk geraakt over wat ik vernam van de Brazos rivier, maar op een dag in het begin van 1990 kreeg ik een nieuw idee om bewijs te vinden van een vloedgolf door te kijken naar de sediment afzettingen van de vloedgolf zelf, maar zoekend naar een tussenruimte in het sediment veroorzaakt door vloedgolferosie. Ik besefte dat een inslag in een oceaan vloedgolven naar alle omringende kusten zou moeten hebben verstuurd, het sediment van de continentale-marge eroderend. Nadat de gebeurtenis had plaatsgevonden zou de normale afzetting gewoon voortgang vinden en het resultaat zou een niet geconfirmeerde tussenruimte in het sediment zijn waarvan het bovenste deel van het Krijt niet aanwezig zou zijn, maar wel het begin van de Tertiaire periode. Zelfs indien de inslag de oceaankorst zou hebben bereikt dat neerslag hebben veroorzaakt, vloedgolferosie op de omringende continentale marges kunnen onthullen waar de krater zich bevind" verklaarde Alvarez
Nadat hij zijn briljante idee had bedacht begon Alvarez te combineren met de gegevens van honderden oceaan sedimenten welke waren gemaakt door het "Ocean Drilling
Project". De beroemde geoloog citerend: "Er was maar een plaats in de wereld met een dergelijke tussenruimte in de gegevens- het was de Golf van Mexico. "Plotseling begon ik de ideeën van Alan Hildebrand zeer serieus te nemen.
Hildebrand lag later de hand op een aantal mappen van magnetische velden van de Caribische zeebodem en bemerkte een cirkelpatroon van zwaartekracht afwijkingen in de buurt van Yucatan. Dit wees op een begraven krater. Hildebrand haastte zich om twee lokale geologen -Antonio Camargo en Glen Penfield- die experts waren met betrekking tot dat gebied te ontmoeten. In een boeiend moment voor paleontologie- en wetenschap in het algemeen- bleek de krater die luisterde naar de naam Chicxulub te liggen in K-T zone. In 1991 publiceerde Hildebrand zijn bevindingen. Alvarez citerend; "Het was een bom. De krater van het noodloot was eindelijk gevonden! Thor Hansens fossiele leeftijd, Jan Smits voorgevoel, Jody Bourgeoiss gedetailleerde studie en Alan Hildebrands niet aflatende queeste hadden hun vruchten afgeworpen."
Sinds de ontdekking van de krater heeft Smit deelgenomen aan twee belangrijke
onderzoeksprojecten die tot doel hadden te bewijzen dat de krater "De Krater" zou zijn. Het eerste project begon in februari 1991, en begon met een teleurstelling. Alvarez en Smit, die toevallig op bezoek was bij Alvarezs Berkeley rond die tijd, had een expeditie opgezet naar Mexico in de hoop te bewijzen dat de Chicxulub krater niet allen uit de K-T periode stamde, maar dat het een vloedgolf had veroorzaakt. De trip begon slecht, zonder opmerkelijke ontdekkingen, maar tijdens de laatste nacht van de expeditie lieten Smit en Alvarez hun oog vallen op was Alvarez omschreef als de mooiste dagzoom die hij ooit had gezien. Deze dagzoom luisterde naar de naam Arroyo el Mimbral, deze dagzoom bezat afwisselende bedden van gerimpeld zand en fijne klei, welke waren veroorzaakt door de beruchte vloedgolf, welke zoals Smit bewees, echt bestaan had.
In 1997 nam Smit deel aan een NASA expeditie naar Belize en Mexico om opnieuw bewijs te leveren dat de Chicxulub krater de K-T krater was. Tijdens de expeditie ontdekte Smits team twee belangrijke plaatsen die nieuw bewijs leverde voor wat er op die fatale dag 65 miljoen jaar geleden was gebeurd. De co-leider Kevin Pope van de "Geo Arc Research of California", "De vindplaats in Mexico heeft twee lagen materiaal of uitgeworpen (vulkanisch) materiaal, uitgeworpen door de inslag die zich verspreidde als een dikke vloeistof, bekend als fluidiserende uitgeworpen kwabben. Dit is de dichtstbijzijnde oppervlakteweergave van uitwerpingen van de Chicxulub krater die tot nu toe gevonden zijn en het best bekende voorbeeld op aarde van een werkelijk grote inslag krater."
Na de Mexicaanse expeditie volgde een reis naar Belize waar Smit en de lokale geoloog Brian Holland de expeditie leiden naar een nieuwe "uitwerp site" op ongeveer 465 kilometer van de rand van de Chicxulub krater. De vindplaats in Belize bevat kleine gewelven van "afwisselend groen glas tektiet genoemd" Deze tektieten zijn rotsen die zijn versmolten tot glas door de immense hitte van een inslag. Volgens Smit linken deze vondsten de vindplaatsen van Belize aan "uitwerp sites" in het verder afgelegen Caribische gebied en Mexico. Dus, zoals met zijn onderzoek naar de Arroyo el Mimbral dagzoom, bewees Smit verder dat Chicxulub de krater was.
Smit, die is verbonden aan de Vrije universiteit van Amsterdam, wordt door Alvarez omschreven als een K-T expert. "Jan heeft meer K-T vindplaatsen over de gehele wereld bestudeerd dan alle anderen." Met elke reis naar een K-T site die Smit onderneemt, volgt de historie. Want, zonder Smit zou het huidige denken over de dinosaurus massa-uitsterving er heel anders uitzien. Waar zou de dinosauruswetenschap zijn zonder Jan Smit?