
Gedurende de eerste helft van het jaar 2000 waren de dinosaurus fans van over de gehele wereld bezig met de opwindende montering van het skelet van Sue, het grootste en meest complete T-rex skelet, in de 'Field Museum of Natural History' in Chicago.
Televisie shows, radio uitzendingen, kranten, tijdschriften en websites van over de gehele wereld berichtten over de vondst en de daarop volgende rechtzaken over wie nu de rechten van dit skelet bezat.
Een van de meest voorkomende namen in dit mediaspektakel was ongetwijfeld Susan Hendrickson, een vrouw uit een klein middenwestelijk dorpje.
Hendrickson was in een klap wereldberoemd na haar ontdekking van Sue's skelet in 1990 en de daaropvolgende aanvaringen met het gerecht, maar daarvoor al had zij een avontuurlijk leven geleid met enkele opwindende ervaringen in de paleontologie.
Toen zij 16 jaar was loog zij vaak tegen haar ouders dat zij naar een vriendinnetje ging, terwijl zij naar de Chigaco stad ging, naar de Navy pier om te dagdromen dat ze ver weg was. 'Ik verveelde me, ik haatte mijn school en ik haatte mijn geboortestad' zei ze later tegen een reporter van de Chicago Tribune.
Na verscheidene aanvaringen met haar moeder besloten Hendrickson en haar moeder Mary dat een verandering van plaats nodig was, en trok Susan in bij haar oom en tante in Ft Lauderdale, Florida. Toen die haar straften met huisarrest omdat zij een nacht was weggebleven, liep zij weg met haar vriend, liet haar school vallen en kwam nooit meer thuis.
'Hij (haar vriend) hield van duiken en ik hield van het water, dus was het plan om op een garnalenboot te gaan werken in Lafitte, Louisiana.' zei Hendrickson. Maar, hoewel beide leken voorbestemd om vlak bij de Oceaan te leven, kwamen zij in moeilijkheden in Louisiana en moesten de eerstvolgende jaren kriskras door het land trekken en de meest vreemde beroepen uitoefenen in steden van San Francisco tot Boston.
Een leven leiden als nomade was niet gemakkelijk en Hendrickson moest de eindjes aan elkaar knopen en zelfs haar gouden horloge voor $20.- verpanden omdat zij nog maar 36 dollarcents over had. En ondanks zij alle bruggen achter haar had verbrand was haar vader bereid haar een klein bedrag te lenen. Susan gebruikte dit geld als aanbetaling op een ± 9 meter lange zeilboot. Kort daarna verdienden zij genoeg om rond te komen met het schilderen en opsmukken van boten van rijke buren in een jachthaven.
Twee jaar later ging het paar uit elkaar en gingen Hendrickson en haar vriend ieder hun eigen weg. Nog altijd gefascineerd door de zee ging ze weer terug naar Florida om naar tropische vissen te duiken voor een lokaal museum. Na een jaar lang gedoken te hebben ging ze naar Seattle waarnaar haar ouders waren verhuisd en begon het moeizame proces van het herstellen van hun band.
Toen zij 21 jaar oud was, dacht de van school weggelopen Sue voor het eerst aan 'college'. Zij slaagde met glans voor haar toelatingsexamen en sprak met het hoofd van de mariene biologie afdeling van de universiteit van Washington om een plaatst te krijgen op die afdeling. Maar Sue Hendrickson leerde al snel dat 'college' niets voor haar was.
'Ik vroeg hem wat ik voor die 7 jaar studie terug zou krijgen en hij vertelde me dat ik dan waarschijnlijk vissen kon ontleden of berekeningen van de hoeveelheid vervuiling kon maken. Ik besloot dat ik net zo goed terug kon gaan naar Florida en doen wat al die doctoren in de wijsbegeerte deden; vis vangen,' herinnert Hendrickson zich. Maar in tegenstelling tot meteen terug te keren naar Florida bleef zij nog een jaar in Seattle waar zij werkte als zeilmaakster. Toen trok zij naar Marathon (Florida) waar zij weer begon te duiken naar tropische vissen. Op een dag in de zomer van 1973, toen zij duikvrienden bezocht in Key West, werd haar iets gevraagd wat haar leven zou veranderen; haar werd gevraagd om een gezonken vrachter te helpen bergen.
Ze bood graag haar diensten aan en het schatduiken beviel haar zo goed dat ze zelfs naar Key West verhuisde en in de volgende jaren tientallen gezonken vliegtuigen en boten naar boven hielp. Later, in 1974, ging zij op goed geluk naar de Dominicaanse Republiek waar ze meedeed aan een archeologisch zeeproject. Ze werd verliefd op het land en keerde zo vaak als het kon terug, op zoek naar avontuur. Op een van haar trips besloot Hendrickson een omweg te nemen van haar duiktocht en een ambermijn te bezoeken waarvan zij gehoord had van de lokale bevolking. Na uren rondtrekken vond ze eindelijk enkele mijnwerkers die hun vondsten lieten zien, gouden klompen amber met binnenin schorpioenen, kevers, termieten en andere insecten. Het was net een andere wereld, een raam naar een andere tijd, herinnert Hendrickson zich.
Toen zij later nog eens terugkeerde naar de Dominicaanse Republiek poogde zij ook amber op te graven maar realiseerde zich snel dat je een jaar kon graven naar zo'n fossiel en er nog geen vinden. Zij besloot de lokale mijnwerkers te betalen voor hun vondsten, meestal zo tussen de $10-$35. Zij bracht verschillende vondsten naar een bevriende insectendeskundige in Gainesville, Florida die verscheidene insecten identificeerde, fossielen die nog nooit eerder door de wetenschap waren geïdentificeerd.
Nadat ze aardig wat amber had bijeen gekocht werkte ze met de Zwitserse paleontoloog Kirby Siber samen om een museum te bouwen in Nasca, Peru. Siber en Hendrickson werden goed vrienden en hij was het die haar ervan overtuigde naar grotere fossielen te gaan zoeken. Hij vroeg haar mee op een expeditie in Peru in 1985 waar Hendrickson de fossielenjager uit South Dakota Peter Larson ontmoette. Niemand wist toen nog dat dit het begin was van een samenwerking die de paleontologie voor jaren zou beïnvloeden.
Na haar expeditie met Larson in 1985, ging Hendrickson 4 opeenvolgende seizoenen met hem mee op zoek naar dinosaurusfossielen in South Dakota. De zomer van 1990 was haar laatste zomer samen met Larson. Maar, belangrijker, deze expeditie bracht een van de belangrijkste dinosaurusfossielen voort ooit ontdekt en een beroering in de paleontologische wereld die ze graag zouden vergeten maar die ze waarschijnlijk nog jaren zullen voelen.
Het was 12 augustus 1990, en de ploeg van Peter Larson's fossielenbedrijf, the Black Hills Institute of Geological research, had problemen met hun vrachtwagens. Moe van het wachten en met de zon die weldra onder zou gaan besloot Hendrickson een eindje te gaan wandelen. Het team had 6 blootliggende aardlagen uit het Krijt onderzocht die dag maar had besloten de zevende en laatste aardlaag niet te onderzoeken vanwege de inval van de duisternis. Maar Hendrickson had een voorgevoel. Iets mystieks dreef haar naar die klif verklaarde zij later. Dus ondernam zij de 3 kilometer lange tocht naar de afgelegen klif en begon te zoeken naar fossiele beenderen die van een richel konden zijn gevallen. Bijna meteen na aankomst zag Hendrickson enkele botfragmenten op de grond liggen. Niet wetend wat het was staarde zij rustig naar de klifwand en werd begroet door een verbazingwekkende site: een complete rij wervels van naar het leek aanzien een carnivore dinosaurus. Hendrickson wist meteen aan wie deze wervelkolom toebehoorde, want Tyrannosaurus rex was de enige carnivore dinosaurus van die afmeting die voorkwam in de Hell Creek Formation, de rotslagen die Hendrickson aan het verkennen was.
Zij schreeuwde naar Peter die meteen kwam aanrennen en even verbaasd was als Hendrickson om de resten van de grote dinosaurus te zien. Na enkele vluchtige blikken geworpen te hebben op de wervels en beenderen van de poten wist hij dat ze een Tyrannosaurus rex hadden gevonden. Wat enkele minuten eerder nog een schamel seizoen leek te zijn was plotseling het grootste succes van Larson's leven.
Het team had twee weken nodig om het exemplaar uit te graven dat voor 90% compleet bleek te zijn, wat het tot het meest complete T-rex fossiel ooit gevonden maakte. Het is ook het grootste T-rex exemplaar met zijn lengte van zo'n 12.5 meter.
Larson droomde ervan om hem te prepareren en op te zetten als pronkstuk van een museum dat hij wilde inrichten in Black Hills. Na de uitgraving van het skelet betaalde hij de landeigenaar op wiens grond de beenderen waren gevonden en vervoerde het naar het lab in Hill City, South Dakota. Bijna twee jaar lang maakte Larson en zijn collega's de beenderen los uit het gesteente en bestudeerde de beenderen van de Tyrannosaurus die Sue gedoopt werd na de ontdekster Susan Hendrickson en regelde zelfs dat de schedel een CAT scan kon ondergaan in het NASA instituut in Huntsville, Alabama. In de ochtend van 14 mei 1992 was de staf van Peter Larson bezig met het prepareren van de schedel om het naar NASA te sturen voor de CAT scan die gepland stond voor later die dag, toen zij een steeds groter wordend rumoer hoorden aanzwellen van buiten af komend. Enkele tellen later werden de deuren geforceerd door FBI agenten die de beenderen van Sue opeisten en alle papieren betrekking hebbend op de uitgraving.
Eerder dat jaar had landeigenaar Maurice Williams, die $5000 had gekregen voor het skelet, een deal dat was opgenomen op video, Sue teruggeeist zeggend dat de overeenkomst niet rechtsgeldig was omdat het skelet op zijn 'land' was gevonden dat eigenlijk weer toebehoorde aan een Sioux indianenstam en in pand werd gehouden door de overheid. De rechtzaak duurde tot 29 januari 1996 toen Sue aan Williams werd toegekend en Larson die voor 125 federale zaken werd aangeklaagd tot 2 jaar gevangenis werd veroordeeld omdat hij voor enkele duizenden dollars aan traveler checks niet had opgegeven na een buitenlandse expeditie.
Williams besloot het skelet van Sue te laten veilen en op 4 oktober 1997 vond de veiling plaats bij het wereldberoemde veilinghuis Sotheby's in New York. Larson stuurde verscheidene afgevaardigden die tot meer dan een miljoen dollar konden bieden in de hoop dat hij het skelet terug kon kopen. Maar er gebeurde iets wat niemand, ook Larson niet, had verwacht. De verwachte opbrengst van het skelet was zo'n $500000, maar het zou $8.36 miljoen (in die tijd ongeveer 15 miljoen gulden) opbrengen. De winnaar was het Field Museum of Natural History in Chicago, Illinois.
Bijna meteen na aankomst in 1997 begon het Field Museum met het prepareren van de beenderen van Sue. In de zomer van 1998 werd de afgestudeerde doctor in de wijsbegeerte Dr Chris Brochu aangesteld om het team te leiden dat Sue zou onderzoeken. Een van zijn eerste actie's was om de schedel te laten CT scannen in een laboratorium vam Boeing in Californië, 6 jaar nadat Larson dit had willen laten doen, maar onder geheel andere omstandigheden. In mei 1999 opende het Field Museum in samenwerking met de National Geografic een tentoonstelling getiteld: "Sue, the inside story". Deze tentoonstelling focuste voornamelijk op de resultaten van de CT scans van de schedel die aan het licht bracht dat T-rex en waarschijnlijk alle tyrannosauriden sterk vergrote 'olfactory' verdikkingen hadden en Chris Brochu de uitspraak ontlokte dat "Sue haar weg door het leven ruikte".
Hendrickson was erbij toen de tentoonstelling in Chicago werd geopend, en deelde handtekeningen uit en begroette fans. Zij werd daar kort geinterviewed door de directeur van het Field Museum, John McCarter voor de lezing van Chris Brochu begon en liet haar hond Skywalker aan het publiek zien en beantwoordde vragen over de ontdekking van Sue. Tijdens een interview vertelde zij dat zij blij was dat het Field Museum het skelet had gekocht maar dat zij toch vond dat het Black Hills Intsitute volgens haar de rechtmatige eigenaar was.
Een jaar later, 17 mei 2000 begon een nieuw tijdperk in de paleontologie toen het complete skelet van Sue werd onthult voor een publiek van VIP's, schoolkinderen en journalisten. De skeletopstelling van Sue die bestaat uit echte fossiele beenderen is een opmerkelijke technologische vooruitgang in de paleontologie. Elk bot is bevestigd aan een eigen metalen frame die onderzoekers in staat stelt dat ene bot dat zij willen onderzoeken eruit te halen zonder eerst de hele constructie te moeten afbreken. Het is waarschijnlijk dat vele onderzoekers naar Chicago zullen komen om Sue te bestuderen. Het skelet is niet alleen compleet en groot maar ook nog fascinerend. Het heeft een wishbone (samengegroeide sleutelbeenderen), de eerste ooit gevonden in een T-rex, die wijzen op een theorie dat vogels zijn ontstaan uit dinosaurussen. De schedel, benen en rugwervels laten verwondingen of vergroeiingen zien die de paleontologen inzicht kunnen geven in Mesozoïsche ziektes. Het verhitte debat over het geslacht van Sue is nog steeds niet beslist. Terwijl Larson volhoudt dat Sue een vrouwtje is heeft Brochu bewijzen geleverd die de stelling van Larson weerleggen hoewel Brochu zelf zich over een geslachtbepaling niet heeft uitgelaten. Maar bovenal geeft het skelet van Sue enkele opwindende mogelijkheden tot research.
Het skelet dat zo is opgesteld alsof het lijkt dat het even is afgeleid van de jacht heeft een lengte van 12.5 meter en is 4.36 hoog bij de heupen. De originele schedel van Sue heeft een eigen vitrine op de tweede verdieping en kijkt uit over de skeletopstelling. Vermaard paleoartiest John Gurche heeft zelfs een muurschildering gemaakt die Sue laat zien in haar natuurlijk omgeving in het Krijt, in de nabijheid van de schedel en ook met zicht op de skeletopstelling. Met de tentoonstelling van Sue komt misschien een bewogen tijd in de paleontologie ten einde.
Niemand zal echter de ontdekking, preparatie, inbeslagname, eigndomsgevecht, koop, preparatie, maken van replica's, opstelling, van een Tyrannosaurus rex genaamd Sue snel vergeten. En niemand zal de ontdekster van dit skelet op een donkere dag in Augustus vergeten, Sue Hendrickson.
![]() | ![]() |
| © S. Brusatte | |